Waar pragmatisme stopt: De Wever en Jetten over drugsbeleid
Het artikel over de heropleving van de Benelux kadert Bart De Wever als de architect van een pragmatisch samenwerkingsproject dat sneller en efficiënter moet werken dan Europa. In dat verhaal krijgt de aangekondigde ontmoeting met Rob Jetten een bijzondere betekenis. Niet alleen omdat Jetten symbool staat voor een nieuwe generatie Nederlandse politiek, maar vooral omdat hij een fundamenteel andere visie vertegenwoordigt op dossiers die grensoverschrijdend werken. Waar De Wever inzet op orde, normstelling en repressie, vertrekt Jetten vanuit regulering en bestuurbaarheid.
Met die zin kondigt Bart De Wever een uitnodiging voor een ontmoeting aan met Rob Jetten. Ze klinkt licht, maar de inzet is allesbehalve vrijblijvend. Zeker niet wanneer het gesprek richting cannabis gaat. Daar botsen twee visies die moeilijk te verzoenen zijn.
De Wever is consequent in zijn discours. Cannabis is voor hem geen reguleringsvraag maar een ordeprobleem. Hij verwijst herhaaldelijk naar Nederland als afschrikvoorbeeld en koppelt het gedoogbeleid aan ondermijning en georganiseerde criminaliteit. Normalisering is in die logica geen oplossing maar het begin van het probleem. Strengheid en duidelijke grenzen moeten de norm bewaken.
Jetten vertrekt vanuit een tegengestelde redenering. Voor hem is cannabis een bestaande markt die je bestuurt of uit handen geeft. Zijn partij D66 pleit al jaren voor regulering van de volledige keten om precies die criminaliteit te beperken die ontstaat door halfslachtig beleid. Geen morele goedkeuring maar controle, transparantie en bijsturing.
Dat denken vertaalt zich in beleid. In Nederland loopt het experiment met een gesloten coffeeshopketen, opgezet om te meten of gereguleerde teelt en verkoop leiden tot minder criminaliteit en meer controle. Het wordt expliciet omschreven als een pragmatische test, niet als ideologisch eindpunt.
Het verschil tussen beide mannen is fundamenteel. De Wever vertrekt van het principe en verwacht dat de realiteit volgt. Jetten vertrekt van de realiteit en probeert ze bestuurbaar te maken. Waar De Wever orde ziet als resultaat van strengheid, ziet Jetten orde als resultaat van regulering.
En precies daar wringt de Beneluxambitie. De Wever presenteert die samenwerking als pragmatisch en efficiënt, sneller dan Europa. Maar wie havens wil fuseren en grenzen wil laten vervagen, kan moeilijk doen alsof cannabis stopt aan de landsgrens. Wat Nederland reguleert en Luxemburg deels legaliseert, werkt rechtstreeks door in België.
De ontmoeting tussen De Wever en Jetten wordt dus een test. Niet van persoonlijke klik, maar van beleidsconsequentie. Als de Benelux meer wil zijn dan een economisch instrument, zal ook het drugsbeleid op tafel moeten. Zonder symboliek, zonder slogans.
