De Wevers Singapore-droom en het drugsbeleid erachter
Bart De Wever kijkt nadrukkelijk naar Singapore als voorbeeld. Niet zomaar als interessante casus, maar als gidsland voor hoe een kleine, strategisch gelegen staat zich via discipline, efficiënt bestuur en harde keuzes kan optillen tot de wereldtop van de welvaart. In Over Welvaart prijst hij het pragmatisme van Lee Kuan Yew. Geen ideologische dogma’s, enkel doen wat werkt. Singapore wordt zo een moreel en economisch referentiepunt.
Maar wie Singapore als voorbeeld naar voren schuift, kan dat model niet reduceren tot begrotingen, belastingen en innovatie. De welvaart die De Wever bewondert, is onlosmakelijk verbonden met een uitgesproken repressieve staatslogica. En nergens wordt dat zo zichtbaar als in het drugsbeleid.
In Singapore is drugsgebruik geen maatschappelijk probleem, maar een existentiële bedreiging voor orde en economie. Bezit en consumptie zijn strafbaar. Handel boven strikt vastgelegde drempels leidt tot levenslange opsluiting of de doodstraf. Executies voor drugsmisdrijven zijn geen historisch restant, maar een actuele praktijk. De boodschap is helder en publiek: wie drugs gebruikt of verhandelt, tast de fundamenten van de welvaart aan en wordt onverbiddelijk gesanctioneerd.
Dat is geen randdetail van het Singaporese succesverhaal. Het drugsbeleid past perfect in dezelfde logica als de boetes voor kauwgom, de sensoren in liften en de verregaande camerabewaking. Orde is er geen middel, maar een doel op zich. Welvaart is iets wat je beschermt door afwijking hard te corrigeren.
Precies daar raakt Singapore aan De Wevers eigen discours over drugs. Ook hij framet drugsgebruik structureel als een moreel probleem, niet louter als een gezondheidskwestie. De gebruiker is geen passieve actor, maar een schakel in een gewelddadig systeem. Wie gebruikt, financiert criminaliteit. Die redenering legitimeert een beleid waarin repressie niet het sluitstuk is, maar het vertrekpunt. Eerst orde, dan eventueel zorg.
Het artikel in HLN over Over Welvaart merkt terecht op dat De Wever kersenplukt in het Singaporese model. Dat geldt ook hier. Hij bewondert de economische uitkomst, maar benoemt zelden de harde maatschappelijke prijs die eraan vastzit. Singapore toont dat welvaart perfect kan samengaan met extreme strafrechtelijke logica en minimale tolerantie voor individuele afwijking. Dat is geen bijzaak, maar een structurele keuze.
België is Singapore niet, zegt De Wever. Institutioneel niet, cultureel niet. Maar wie Singapore als voorbeeld opvoert, importeert meer dan fiscale ideeën. Hij importeert een mensbeeld waarin orde boven nuance staat en waarin drugsgebruikers niet eerst burgers of patiënten zijn, maar risico’s voor de samenleving. Dat verdient minstens evenveel aandacht als de glanzende cijfers over groei en efficiëntie. Want welvaart is nooit waardevrij. Ze wordt altijd gebouwd op keuzes over wie beschermd wordt en wie gecorrigeerd.
