Verboden rook, aanvaarde kater
Een 43-jarige moeder uit Ichtegem moet zich voor de rechtbank verantwoorden omdat haar 17-jarige zoon op school werd betrapt met cannabis. De directie nam de drugs in beslag. Volgens het parket reageerde de moeder niet boos, maar verontwaardigd over het verlies. Ze zou hebben opgemerkt dat het toch geld had gekost. Daarnaast stelde de procureur dat ze af en toe samen met haar zoon een joint rookte.
In de rechtszaal viel één woord zwaar: normvervaging. De moeder riskeert zes maanden cel met uitstel voor het aanzetten tot druggebruik en voor gebruik in het bijzijn van haar minderjarige zoon. Het begrip normvervaging suggereert een uitzonderlijke morele breuk, alsof hier een grens werd overschreden die in andere Vlaamse woonkamers onaantastbaar overeind blijft.
Maar stel een ander scenario voor. Een 17-jarige wordt op school betrapt met enkele blikjes bier in zijn rugzak. De directie neemt ze af. Zijn moeder reageert geïrriteerd dat het toch geld heeft gekost. Onverstandig? Ongetwijfeld. Maar zou het parket in dat geval spreken over verregaande normvervaging? Zou er een correctioneel dossier volgen omdat moeder thuis af en toe samen met haar zoon een pint drinkt?
Hoeveel ouders laten hun zestien- of zeventienjarige eens proeven van alcohol aan tafel? Hoeveel ouders kopen zelf het bier voor een verjaardagsfeest om het “veilig” te houden? Samen drinken wordt vaak voorgesteld als opvoedkundige strategie: beter onder toezicht dan op straat. Een vader die met zijn zestienjarige zoon een pint drinkt tijdens het voetbal, verschijnt niet voor de correctionele rechtbank. Een moeder die lacht om de eerste kater van haar dochter krijgt geen strafblad. Integendeel, dat gedrag wordt vaak gezien als realistisch, praktisch of zelfs verstandig.
Tieners mogen ook niet gokken. Toch laten ouders hun zoon via hun account een sportweddenschap plaatsen “voor de fun”. Samen een kraslot kopen aan de krantenwinkel wordt dan een spelletje genoemd, geen aanzet tot risicogedrag. Tieners mogen evenmin pornografisch materiaal consumeren. Toch knijpen veel ouders een oogje dicht bij expliciete online content, zolang die niet te extreem is. Dat heet dan realisme of pragmatisme.
In al die gevallen wordt de wettelijke norm niet strikt bewaakt, maar binnen het gezin geïnterpreteerd. Onder toezicht. Met nuance. Met argumenten over vertrouwen, openheid en controle. Zelden valt daarbij het woord normvervaging.
Het ongemak zit niet in het idee dat ouders grenzen moeten stellen. Dat is evident. Het zit in de selectieve verontwaardiging. Vervang bier, een kraslot of een pornowebsite door een joint en toezicht wordt plots een symptoom van moreel verval. Dan is het geen begeleiding meer, maar “aanzetten tot druggebruik” en geen pragmatisme, maar normvervaging.
