Interview met Margriet van der Wal – Coffeeshopbeleid, Gedoogconstructie en Toekomst van Cannabis in Nederland
Interviewer: Goedenavond, Margriet Van der Wal. Fijn dat je tijd voor mij wilt vrijmaken. We zijn vandaag te gast in de coffeeshop Purple Rain, klopt dat?
Van der Wal: Ja, dat klopt.
Interviewer: Kan je jezelf kort voorstellen? Wie ben je en wat doe je?
Van der Wal: Ik ben Margriet van der Wal, ik woon in Breda en ben sinds 1998 één van de medeoprichters van de Vereniging van Actieve Bredase Coffeeshopondernemers. In totaal heb ik twintig jaar in loondienst bij een coffeeshop gewerkt, maar mijn ervaring gaat nog verder terug. Als student ben ik in 1986 begonnen met werken in coffeeshops.
In 1998 kwam er een lokale APV-nota met nieuwe beleidsregels voor coffeeshops. Daarin stonden volgens ons veel ondeugdelijke bepalingen, waardoor we besloten een vereniging op te richten om onze belangen te verdedigen. Sindsdien zetten we ons continu in voor een beter cannabisbeleid.
De vereniging en aangesloten coffeeshops
Interviewer: Onder welke naam staat de vereniging bekend?
Van der Wal: De vereniging heet Actieve Bredase Coffeeshopondernemers.
Interviewer: Hoeveel coffeeshops zijn er aangesloten?
Van der Wal: Momenteel zijn alle acht gedoogde coffeeshops van Breda aangesloten.
Interviewer: Dus je hebt ervaring zowel in het werken ín coffeeshops als in het beleidsmatig verdedigen van de sector. Laten we beginnen bij het basisconcept: wat is een coffeeshop precies, wat mag er verkocht worden en wat niet?
Wat is een coffeeshop?
Van der Wal: Coffeeshops bestaan om een scheiding der markten te creëren. Dit principe komt voort uit het Nederlandse drugsbeleid en is bedoeld om consumenten te beschermen. Mensen moeten hun cannabis kunnen kopen in een veilige omgeving, zonder in contact te komen met harddrugs.
Eigenlijk kun je je afvragen of cannabis wel onder de noemer “drugs” zou moeten vallen. Wij pleiten ervoor om te spreken over cannabis en andere drugs, niet alcohol en drugs, want cannabis is wezenlijk anders.
In 1976 heeft men cannabis in de strafvervolging verlaagd omdat onderzoek aantoonde dat het gebruik een aanvaardbaar risico met zich meebrengt. Middelen met een onaanvaardbaar risico kwamen op lijst 1 terecht: de harddrugs, zoals heroïne en cocaïne, die zwaar verslavend en schadelijk zijn.
Het beleid van 1976 maakte van coffeeshops een soort horeca-achtige gelegenheden, maar dan zonder alcohol: “droge horeca”. Mensen kunnen er in een veilige setting cannabis kopen.
Regels en AHOJ-G-criteria
Interviewer: Je zei al dat er veel regels gelden. Wat zijn de belangrijkste?
Van der Wal: De basisregels staan bekend als de AHOJ-G-criteria. Die zijn opgesteld door de procureur-generaal, het hoogste orgaan van het Openbaar Ministerie.
- A → Geen affichering: geen reclame maken.
- H → Geen harddrugs: dit is absoluut verboden, op straffe van sluiting.
- O → Geen overlast: ook dit kan leiden tot sluiting.
- J → Geen jeugdigen: geen toegang voor mensen onder de 18 jaar. Hier wordt streng op gecontroleerd.
- G → Grens van 5 gram: per persoon per dag mag maximaal 5 gram verkocht worden.
Daarnaast is er nog het I-criterium: in sommige gemeenten hebben niet-ingezetenen geen toegang tot coffeeshops.
De limiet van 5 gram
Interviewer: Over dat laatste, die grens van 5 gram: kan een klant dan niet gewoon meerdere coffeeshops afgaan en zo toch 50 gram meenemen?
Van der Wal: In theorie wel, want er is geen registratiesysteem en dat mag ook niet. Die 5-gramregel is vooral symboolpolitiek: het is een manier voor de overheid om aan te geven dat coffeeshops niet bedoeld zijn voor grote handelsvolumes. Er is uiteindelijk een getal nodig, en dat is 5 gram geworden.
Handelsvoorraad en risico’s
Interviewer: Hoe zit het met de handelsvoorraad?
Van der Wal: De handelsvoorraad in de shop mag maximaal 500 gram bedragen.
Tijdens de dag mag je de voorraad aanvullen, maar als je bij een controle 501 gram hebt liggen, dan bega je een zware overtreding. Ook dit is symboolpolitiek: het is bedoeld om te laten zien dat coffeeshops geen groothandels zijn.
Interviewer: 500 gram lijkt me niet veel voor een dagvoorraad.
Van der Wal: Dat hangt af van de locatie. In gemeenten waar het I-criterium niet geldt, is de omzet vaak groter en dus de voorraad sneller op. Een kleine shop in een buitenwijk heeft een andere behoefte dan een grote zaak in een druk stadscentrum. Maar het is in alle gevallen onhandig en onveilig.
Het experiment met legale bevoorrading
Interviewer: Dat klinkt inderdaad riskant. Hoe gaat het in de toekomst, met het experiment van de gesloten coffeeshopketen?
Van der Wal: In dat experiment wordt het anders geregeld. Zodra fase 2 ingaat, mogen deelnemende coffeeshops een weekvoorraad aanhouden. Die weekvoorraad moet je kunnen verantwoorden op basis van je historische omzetcijfers, maar het maakt de bevoorrading veel veiliger en efficiënter.
Interviewer: Je zei eerder dat het gevaarlijk kan zijn. Wat bedoel je daarmee?
Van der Wal: Omdat coffeeshops door die beperkte voorraad continu moeten worden bevoorraad, zijn er veel logistieke bewegingen. Dat trekt risico’s aan. In Amsterdam was er zelfs een periode waarin de mensen die de shops bevoorraden, doelwit van overvallen waren.
De achterdeurproblematiek
Interviewer: Je zei eerder al dat het gevaarlijk is door de beperkte handelsvoorraad en het constante bijvullen. Maar hoe zit dat eigenlijk met de bevoorrading zelf? Je mag verkopen, maar de aanvoer is illegaal. Hoe werkt dat in de praktijk?
Van der Wal: Dat is inderdaad een van de grootste tegenstrijdigheden in het huidige beleid.
De voordeur is legaal: we betalen belasting, sociale bijdragen, hebben personeel, verzekeringen en alles is netjes geregeld.
Maar de achterdeur — de inkoop — is illegaal. Productie is illegaal, en omdat productie illegaal is, is groothandel ook automatisch illegaal.
Het is dus een vreemde constructie: wij verkopen gedoogd maximaal 500 gram in de shop, maar mogen niet legaal inkopen. Dat maakt de positie van ondernemers kwetsbaar.
De rol van criminele organisaties
Interviewer: Betekent dat dan dat coffeeshops verplicht zijn om in zee te gaan met criminele organisaties?
Van der Wal: Nee, dat is een misvatting die de laatste vijftien jaar hardnekkig rondgaat.
Het systeem is niet begonnen met criminele organisaties. Vroeger werd de achterdeur grotendeels bediend door kleinschalige, illegale thuistelers: mensen met een paar planten onder lampen.
Maar… de overheid is met taskforces steeds harder gaan optreden tegen die kleinschalige telers. En wat is er toen gebeurd? Die kleine kwekers verdwenen, en hun plek werd ingenomen door grotere, georganiseerde criminele netwerken.
Door de zware repressie is de markt juist geprofessionaliseerd in het criminele circuit. Het is een onbedoeld gevolg van het huidige beleid.
Toenemende risico’s voor coffeeshops
Interviewer: Dus door het beleid zelf is de achterdeur eigenlijk gevaarlijker geworden?
Van der Wal: Precies. Vroeger had je de buurman met vijf planten in de schuur, nu heb je grote organisaties met betere middelen en hogere risico’s.
En voor ondernemers betekent dat: meer druk, meer onzekerheid en een grotere kans op problemen, zoals overvallen of conflicten.
Dat is één van de redenen waarom wij al jarenlang pleiten voor een oplossing. En nu, eindelijk, is er dat experiment met legale telers.
Het experiment met legale telers
Interviewer: Laten we daar even op ingaan. Hoe zit dat experiment precies in elkaar?
Van der Wal: Het heet officieel het Experiment Gesloten Coffeeshopketen. Het idee is dat zowel de productie, distributie als verkoop van cannabis volledig transparant en legaal worden geregeld.
In eerste instantie wilde men starten met 1 tot 3 gemeenten en 1 of 2 telers. Maar na gesprekken met een speciale commissie, geleid door professor André Knottnerus, is besloten om het op te schalen naar:
- 10 gemeenten
- 10 aangewezen telers
De commissie heeft uitgebreid overleg gevoerd met alle betrokkenen: coffeeshophouders, gemeenten, experts en belangenorganisaties. Uiteindelijk kwam men tot een model waarin de telers gecontroleerde, hoogwaardige cannabis leveren aan coffeeshops.
De opzet van het experiment
Interviewer: Betekent dat dat alle coffeeshops in bijvoorbeeld Breda verplicht moeten deelnemen?
Van der Wal: Ja, voor de deelnemende gemeenten geldt geen vrijwilligheid. Alle acht gedoogde coffeeshops in Breda zijn verplicht mee te doen.
Interviewer: En mogen de tien telers vrij leveren aan de coffeeshops, of worden ze aan specifieke steden gekoppeld?
Van der Wal: In theorie is het een vrije markt binnen het experiment, maar er zijn slechts tien grote telers aangewezen.
Dat betekent dat coffeeshops kunnen kiezen bij welke van die tien ze inkopen, maar in de praktijk is er weinig concurrentie.
Grote bedrijven en kwaliteitseisen
Interviewer: Tien telers voor heel Nederland… dat moeten toch enorme bedrijven zijn?
Van der Wal: Absoluut. De aanbesteding stelde de eis dat een teler minimaal 6.500 kilo per jaar moet kunnen produceren. Dat betekent dat het om grote commerciële ondernemingen gaat.
Er is nog wat onzekerheid: kunnen die tien bedrijven straks genoeg kwaliteit en diversiteit leveren? Dat weten we pas echt zodra het experiment loopt. Maar technisch gezien zijn de middelen er: kennis, technologie en controleapparatuur zijn op een hoog niveau.
Kwaliteit, controle en laboratoria
Interviewer: Wordt de kwaliteit van de cannabis in het experiment ook gecontroleerd?
Van der Wal: Ja, en dat is een groot verschil met de huidige situatie.
Op dit moment mogen coffeeshops hun cannabis niet officieel laten testen vanwege de Opiumwet. Maar in het experiment wordt iedere batch geanalyseerd in erkende laboratoria.
Dat betekent dat consumenten straks precies weten:
- Hoeveel THC en CBD erin zit
- Of er pesticiden of andere schadelijke stoffen aanwezig zijn
- Welke soort genetica ze kopen
Dat is een enorme stap vooruit, zeker voor de veiligheid van de klant.
Politieke weerstand en maatschappelijke druk
Interviewer: Klinkt positief, maar er is ook veel politieke weerstand, toch?
Van der Wal: Klopt. Er zijn gemeenten en politici die huiverig zijn. Sommigen willen geen grote teeltfaciliteit in hun gemeente — puur uit imago-overwegingen.
Er zijn zelfs gevallen geweest waarin boeren bang waren dat hun koeien van slag zouden raken door de geur van een teeltlocatie. Zulke verhalen tonen hoe groot de misverstanden nog steeds zijn.
Maar ondanks die weerstand zet het experiment door, omdat de maatschappelijke en juridische druk te groot is geworden. Er is simpelweg te veel bewijs dat de huidige situatie onhoudbaar is.
Stigma rond coffeeshops en cannabisgebruik
Interviewer: In België leeft sterk het beeld dat coffeeshopondernemers eigenlijk criminelen zijn. Merk je dat in Nederland ook?
Van der Wal: Absoluut. Dat stigma leeft ook hier nog steeds.
Een paar jaar geleden, toen de eerste taskforces tegen thuistelers van start gingen, verschenen er krantenkoppen waarin letterlijk stond dat iedere coffeeshophouder banden had met criminele organisaties.
Dat was een zware klap. Wij stonden al 15 jaar transparant te werken, betaalden belasting, werkten legaal met personeel — en plotseling hing dat etiket ‘crimineel’ boven onze hoofden.
Op een politieke avond spraken we toen met Lea Bouwmeester (PvdA). Zij had in de media gezegd dat coffeeshopondernemers criminelen waren. Ik ben toen opgestaan en zei:
“Wij werken al jaren volledig open en eerlijk. Waar komt dit beeld vandaan? Dit klopt niet.”
Tot haar eer heeft ze ons daarna uitgenodigd om te praten. We hebben toen kunnen uitleggen hoe het echt zit: ja, er zijn criminele organisaties, maar de coffeeshops zelf zijn daar niet mee begonnen. Het beleid heeft door zware repressie een markt gecreëerd waarin grotere spelers zijn ingestapt.
Coffeeshops zijn gecontroleerde ondernemingen
Interviewer: En hoe zit dat met controle? Worden coffeeshops nu strenger gecontroleerd dan pakweg cafés of supermarkten?
Van der Wal: Absoluut. Coffeeshops zijn waarschijnlijk de meest gecontroleerde ondernemingen van Nederland.
We worden constant getoetst op:
- Belasting en boekhouding
- Voorraadbeheer
- Leeftijdscontroles
- Overlastbeperking (camera’s, straattoezicht, parkeerbeleid)
En dan zijn er ook nog de BBI- en Bibob-toetsen: die bepalen om de vier jaar of je je vergunning mag behouden. Die zijn enorm streng en intensief.
Ondanks al die controles blijft het stigma bestaan. Terwijl je nooit iemand hoort zeggen: “Een caféhouder is waarschijnlijk een crimineel, want hij verkoopt alcohol.” Dat verschil frustreert ons enorm.
Internationale vergelijking: Nederland raakt achterop
Interviewer: Nederland was ooit een koploper. Het coffeeshopmodel stond wereldwijd bekend als uniek. Maar hoe kijk je naar de internationale ontwikkelingen nu?
Van der Wal: Nederland loopt niet meer voorop.
Toen wij in de jaren ’70 begonnen, waren wij pioniers: de scheiding der markten was baanbrekend. We creëerden een veilige, gecontroleerde omgeving waar mensen cannabis konden kopen zonder in aanraking te komen met harddrugs.
Maar inmiddels hebben landen als Canada, de Verenigde Staten en binnenkort ook Duitsland enorme stappen gezet. Zij hebben de productie en distributie volledig gelegaliseerd, en hun systemen worden internationaal als voorbeeldmodellen gezien.
Nederland staat ondertussen stil. Terwijl wij al meer dan 40 jaar ervaring hebben met coffeeshops, kijken andere landen naar Colorado, Californië of Toronto voor inspiratie. Dat is best pijnlijk.
Dispensaries versus het Nederlandse model
Interviewer: Hoe kijk je naar die buitenlandse modellen, zoals de Amerikaanse dispensaries?
Van der Wal: Persoonlijk hou ik van het Nederlandse model.
In de VS en Canada draait het veel meer om grote commerciële dispensaries. Dat is efficiënt, maar je mist de gezelligheid en culturele waarde van onze coffeeshops.
Een Nederlandse coffeeshop is meer dan een verkooppunt:
- Je drinkt koffie
- Je speelt een spelletje
- Je praat met andere klanten
- Je krijgt voorlichting
Het sociale aspect is heel belangrijk. Het zou een enorme verarming zijn als cannabis hier alleen nog via steriele loketten of webshops verkocht zou worden.
Het onderscheid tussen medicinaal en recreatief gebruik
Interviewer: Hoe belangrijk is het onderscheid tussen medicinaal en recreatief gebruik voor jullie beleid?
Van der Wal: Heel belangrijk.
We merken dat veel mensen die zichzelf recreatief noemen, in werkelijkheid medicinaal gebruiken.
Denk aan mensen met ADHD, rugklachten of chronische pijn: zij gebruiken cannabis om klachten te verminderen, maar noemen het recreatief omdat het officieel niet als medicatie erkend is.
Daar zit een groot probleem in de wetgeving. Het stigma rondom recreatief gebruik overschaduwt vaak de medicinale voordelen. Het experiment kan daarin helpen: als cannabis beter getest, gecontroleerd en geanalyseerd wordt, kan het maatschappelijke beeld veranderen.
Politieke tegenwerking en christelijke weerstand
Interviewer: Je zei eerder dat sommige politieke partijen moeite hebben met cannabis. Waar komt dat vandaan?
Van der Wal: Dat zit vaak in ethische overtuigingen.
Sommige partijen — vooral met een christelijke achtergrond — vinden het moreel onjuist om cannabis te gebruiken, ongeacht de feiten.
We merken dat discussies met zulke partijen lastig zijn. Je kunt alle cijfers, onderzoeken en wetenschappelijke bewijzen op tafel leggen, maar als hun overtuiging zegt: “Cannabis is slecht”, dan stopt het gesprek vaak daar.
Ik heb geleerd om te debatteren zonder emoties, met feiten, cijfers en voorbeelden. Soms kom je dan samen tot oplossingen, maar niet altijd. En dat maakt het proces traag en ingewikkeld.
De veranderende houding van de samenleving
Interviewer: Merk je dat het algemene beeld in de samenleving stilaan aan het veranderen is?
Van der Wal: Ja, langzaam maar zeker.
Steeds meer mensen zien cannabis als een genotsmiddel in plaats van een gevaarlijke drug. Dat komt door betere voorlichting en wetenschappelijk onderzoek.
Maar we zijn er nog niet. Er is nog veel werk nodig om vooroordelen weg te nemen, vooral rondom de coffeeshopsector. Het experiment met de gesloten keten kan daarbij helpen, omdat het laat zien dat we kunnen werken met transparantie, controle en kwaliteit.
Het tabaksverbod en de gevolgen voor coffeeshops
Interviewer: Een recente wijziging in de wetgeving is het tabaksverbod in coffeeshops. Hoe groot is de impact daarvan op jullie sector?
Van der Wal: Die is aanzienlijk.
Sinds 2008 is tabak wettelijk verboden in coffeeshops, maar cannabis puur roken mag wel. Het probleem was dat coffeeshops in eerste instantie vergeten waren in de beleidsvoorlichting en regelgeving. We zijn toen als branchevereniging voor het eerst in gesprek gegaan met het ministerie van Volksgezondheid en Justitie en Veiligheid.
Na overleg is vastgesteld:
- Tabak mag niet meer in coffeeshops.
- Puur roken van cannabis blijft toegestaan.
- Edibles en vaporiseren worden actief aangemoedigd.
Toch blijft het lastig. Ongeveer 90% van de consumenten mengt cannabis met tabak. Dat maakt de omschakeling groot. Veel mensen zoeken nieuwe manieren om te consumeren: edibles, pure joints, of vaporizers.
De opkomst van edibles
Interviewer: Je noemt edibles. Hoe zit het met de regels rond eetbare producten?
Van der Wal: Edibles, zoals spacecake of andere cannabisproducten, worden gedoogd. Maar de precieze regels verschillen per gemeente.
In het gesloten keten-experiment is bepaald dat telers edibles mogen produceren, maar coffeeshops zelf mogen ze niet maken. Alles moet via de teler verlopen om controle en kwaliteit te waarborgen.
Edibles worden steeds belangrijker, zeker nu er een tabaksvrije generatie opkomt. Het geeft consumenten een rookvrij alternatief en sluit aan bij de maatschappelijke trend richting gezondere consumptiemethoden.
Kwaliteit, verpakking en QR-codes
Interviewer: In het experiment gaat het veel over kwaliteit en controle. Hoe wordt dat geregeld?
Van der Wal: Er komt een compleet nieuw systeem.
Alle cannabis die via de telers geleverd wordt, wordt volledig geanalyseerd in laboratoria. Dat betekent:
- Geen pesticiden
- Geen synthetische toevoegingen
- Volledige informatie over THC- en CBD-percentages
De producten worden verpakt in strak gecontroleerde verpakkingen. De overheid keek eerst naar Canada, waar verpakkingen volledig zwart en ondoorzichtig zijn. Maar uit onderzoek bleek dat consumenten dan sneller teruggrijpen naar de zwarte markt, omdat ze het product niet kunnen zien of ruiken.
Daarom wordt er nu gewerkt met halfdoorzichtige verpakkingen en QR-codes. Via de QR-code kan je als klant exact zien:
- Het THC- en CBD-profiel
- De herkomst van het product
- De testresultaten
Dat is een grote stap richting transparantie.
De coronacrisis: een historisch moment
Interviewer: Hoe hebben jullie de coronacrisis beleefd als branche?
Van der Wal: Dat was een unieke periode.
Op 15 maart 2020 kondigde de overheid plots de lockdown aan. Binnen een uur stonden er enorme rijen voor de coffeeshops in het hele land. Mensen dachten dat we wekenlang dicht zouden moeten.
We hebben direct contact gezocht met het gemeentebestuur en gevraagd om afhaalfuncties toe te staan. De volgende dag werd besloten dat coffeeshops werden aangemerkt als essentiële voorzieningen, net zoals bakkers en apothekers.
Dat was een historisch moment.
Voor het eerst erkende de overheid openlijk dat coffeeshops onmisbaar zijn voor een groot deel van de bevolking. Ze wilden ook voorkomen dat de markt volledig zou verschuiven naar het illegale circuit.
Financiële uitdagingen en banken
Interviewer: Hoe zit het met de financiële kant? Kunnen coffeeshops gewoon werken met banken?
Van der Wal: Dat is ingewikkeld.
Sinds de invoering van de WWFT (Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering) zijn coffeeshops aangemerkt als een hoog-risicosector. Daardoor weigeren sommige banken onze klanten nog steeds.
Het probleem is dat coffeeshops aan de voordeur legaal verkopen, maar aan de achterdeur illegaal inkopen. Omdat er geen facturen bestaan, betaalt de coffeeshop cash aan de teler. Dat maakt banken wantrouwig.
Toch is er veel overleg met het ministerie van Financiën en de Nationale Bond van Coffeeshophouders. De situatie verbetert langzaam:
- Er zijn gedragscodes opgesteld voor banken
- Contante stortingen worden weer deels toegestaan
- In de toekomst, zodra alle productie legaal wordt, zal dit probleem grotendeels verdwijnen
Vooruitblik: een branche in transitie
Interviewer: Als je dit allemaal bekijkt — tabaksverbod, edibles, QR-codes, corona, financiële uitdagingen — waar staat de sector nu?
Van der Wal: We zitten middenin een grote overgangsperiode.
De komende jaren draait alles om:
- Kwaliteit en transparantie
- Een rookvrije toekomst met meer edibles
- Veiligheid en controle via het experiment
- Legale bevoorrading zodat de achterdeur eindelijk verdwijnt
Als dit allemaal lukt, krijgt de coffeeshopsector eindelijk de maatschappelijke erkenning die ze verdient.
Het coffeeshoplandschap in Nederland
Interviewer: In Nederland zijn er zo’n 500 coffeeshops. Zijn die gelijkmatig verdeeld over het land?
Van der Wal: Nee, helemaal niet.
Veel gemeentes hebben gekozen voor de zogenaamde nuloptie: zij staan geen enkele coffeeshop toe. Dat betekent dat consumenten in die regio’s nog steeds cannabis gebruiken, maar dat ze:
- Óf naar een andere stad moeten rijden
- Óf aangewezen zijn op de illegale markt
Dat veroorzaakt regiodruk: de omliggende steden, zoals Breda, krijgen meer klanten te verwerken en dragen de handhavingslasten. Politie, belastingcontrole en toezicht worden dan oneerlijk verdeeld.
Het nuloptiebeleid en gemeentelijke verschillen
Interviewer: Waarom kiezen zoveel gemeentes voor een nuloptie?
Van der Wal: Dat heeft vaak te maken met ethische of politieke overtuigingen.
Sommige gemeentebesturen vinden dat het toestaan van coffeeshops zou aanzetten tot drugsgebruik. Dat is nooit bewezen, maar het wordt nog vaak als argument gebruikt.
Interessant is dat er berekeningen zijn gemaakt door Koos Zwart, een belangrijke cannabisactivist.
Hij rekende uit dat één coffeeshop gemiddeld zo’n 20.000 inwoners kan bedienen.
Dat betekent dat er eigenlijk veel te weinig coffeeshops zijn om aan de vraag te voldoen.
In de praktijk leidt dat tot:
- Lange wachttijden in populaire shops
- Een sterke groei van illegale straatverkoop
- Onnodige druk op steden met veel coffeeshops
Het imago van coffeeshopondernemers
Interviewer: In België heerst vaak het beeld dat coffeeshopondernemers criminelen zijn. Merk je dat in Nederland ook?
Van der Wal: Absoluut.
Rond 2010, na de eerste grote Taskforces tegen kwekerijen, stond in de kranten dat alle coffeeshopondernemers banden hadden met criminele organisaties. Dat was een enorme klap voor ons imago.
We hebben toen als branchevereniging direct gereageerd en gesprekken gevoerd met politici, zoals Lea Bouwmeester van de PvdA. Zij nodigde ons uit om de situatie uit te leggen.
We hebben duidelijk gemaakt:
- Ja, er zijn criminele organisaties actief.
- Nee, coffeeshops zijn niet begonnen als criminele ondernemingen.
- Het huidige beleid, dat kleine telers hard aanpakt, duwt grotere organisaties de markt in.
Met andere woorden: het beleid zelf heeft een deel van het probleem veroorzaakt.
De situatie in België en Europese invloeden
Interviewer: En wat met België? Denk je dat ons huidige verbodsbeleid standhoudt?
Van der Wal: Op lange termijn niet.
België ligt ingeklemd tussen landen die steeds meer legaliseren:
- Nederland met het experiment
- Duitsland dat legalisering voorbereidt
- Luxemburg waar kleinschalige teelt al wordt toegestaan
Het wordt steeds moeilijker om een hard verbodsbeleid te handhaven als buurlanden aantonen dat regulering beter werkt.
Cannabis is er, en de vraag is er ook. Het enige verschil is hoe je ermee omgaat: via een transparant beleid of via het illegale circuit.
De lobby en politieke dynamiek
Interviewer: In Nederland lijkt de coffeeshopbranche meer slagkracht te hebben dan in België. Hoe komt dat?
Van der Wal: Er zit inderdaad meer organisatiekracht achter.
We hebben geleerd van Koos Zwart, die ons altijd zei:
“Je bent je eigen lobbyist.”
Dat betekent:
- Regelmatig contact onderhouden met gemeenteraadsleden
- Politici informeren over de effecten van beleid
- Samenwerken met brancheverenigingen
- Actief ingrijpen wanneer wetgeving dreigt te ontsporen
Tegelijkertijd worden er ook steeds vaker professionele lobbyisten ingeschakeld, zeker nu het experiment veel geld en belangen met zich meebrengt.
De toekomst van cannabis in Nederland
Interviewer: Waar sta je over vijf jaar? Wat is je visie op de toekomst?
Van der Wal: Mijn hoop is duidelijk:
- Een transparante, gereguleerde cannabisketen
- Legale teelt die de achterdeur volledig vervangt
- Meer variatie in producten, met biologische en ambachtelijke teelt
- Volledige maatschappelijke erkenning van coffeeshops als normale horecaondernemingen
De uitdaging wordt om de balans te vinden:
- Niet doorschieten naar een puur commercieel model, zoals in sommige delen van de VS
- Maar ook niet blijven hangen in een gedoogconstructie die criminaliteit in stand houdt
Cannabis hoort een genotsmiddel te zijn, net zoals alcohol. Maar dan met duidelijke regels, kwaliteitscontrole en een open, eerlijk beleid.
Slotgedachte
“Niemand hoeft cannabis te gebruiken, maar iedereen verdient het recht op een transparant, veilig en eerlijk systeem.”
— Margriet van der Wal
