Interview met Thijs Roes – Cannabiskenners Podcast (Aflevering 23)
Begin van het gesprek
Interviewer: Goedemiddag, Thijs Roes. Bedankt dat je tijd hebt vrijgemaakt voor dit interview. Misschien kan je jezelf kort even voorstellen?
Roes: Zeker. Mijn naam is Thijs Roes – en ja, met mijn achternaam wordt er vaak een grapje gemaakt als we het over dit onderwerp hebben.
Ik ben journalist en historicus, en ik schrijf en maak video’s over verschillende thema’s. Eén van mijn belangrijkste interesses is het drugsbeleid, maar ik werk ook rond andere onderwerpen, zoals astronomie.
Op een bepaald moment begon ik vragen te stellen over hoe ons drugsbeleid in elkaar zit. Ik vroeg me af: kan dit niet op een andere manier? En door alleen al die vraag te stellen, ging er een wereld voor me open. Er bleken nog zoveel blinde vlekken te zijn, zoveel onbeschreven terreinen. Vanaf dat moment ben ik me daar volledig in gaan verdiepen.
Geschiedenis van cannabis
Interviewer: Vandaag gaan we het specifiek hebben over cannabis, maar ook ruimer over het beleid rond roesmiddelen.
Laten we misschien beginnen met de geschiedenis. Ik las onlangs een artikel dat sporen van cannabis vond die wel 12.000 jaar oud zouden zijn. Kan je daar iets meer over vertellen?
Roes: Dat soort vondsten zijn altijd gebaseerd op vrij dun bewijs. Vaak gaat het om resten die men bijvoorbeeld vindt in as bij een oude begraafplaats of in een tombe.
Er is bijvoorbeeld een vondst gedaan in een Chinese tombe waar hennepresten zijn gevonden. Maar wat die resten daar precies deden, blijft gissen. Misschien was het voor rituelen, misschien om de doden te eren – dat weten we niet zeker.
Als historicus ben ik daar voorzichtig mee: als je te hard inzoomt op één vondst, lijkt het groter dan het is. Maar er zijn wél interessante patronen te zien.
Een voorbeeld vind ik India. Voor een project heb ik ooit gewerkt voor het Cannabis Museum in Amsterdam, waar ik de geschiedenis heb onderzocht. Wat ik daar ontdekte, is dat cannabis in India al duizenden jaren geleden werd gebruikt, maar op heel verschillende manieren. In sommige steden was het een elitemiddel: het werd gebruikt door de hogere klassen. In andere steden was het juist iets van het volk. En op andere plaatsen werd het streng onderdrukt en zelfs verboden door de toenmalige morele machthebbers.
Dat laat zien dat cannabis in verschillende culturen altijd een heel andere plek innam, afhankelijk van tijd, plaats en sociale context.
Cannabis versus hennep
Interviewer: Je hebt het nu over cannabis als middel om te consumeren. Maar hennep als gewas heeft ook een enorme rol gespeeld in de geschiedenis, toch?
Roes: Absoluut. Hennep als grondstof was ontzettend wijdverspreid. Het werd niet eens beschouwd als iets bijzonders – het was net als tarwe, katoen of vlas. Er ontstonden gigantische hennepmarkten, vooral in Rusland en de Lage Landen.
Zo rond 1700 was er een enorme industrie in Europa, waarbij hennep vanuit Rusland naar Nederland werd gebracht om te verwerken tot zeilen voor schepen. Die schepen voeren vervolgens de hele wereld over. Hennep was dus een sleutelgewas voor de maritieme economie.
Maar als we kijken naar cannabis als psychoactieve stof, zien we een ander verhaal. Daar zie je dat het gebruik vaak verbonden was aan subculturen – groepen die wat meer in de marge leefden, en waar het gebruik niet altijd goed begrepen werd. En dat maakt het lastig voor historici, want veel geschiedschrijving ontbreekt gewoon. Cannabis is altijd een soort onderstroom geweest.
Opkomst van de vervolging
Interviewer: Je zei eerder dat het cannabisgebruik al duizenden jaren oud is. Maar we zien dat het pas ongeveer honderd jaar geleden echt “op de radar” van wetgevers komt.
Wanneer begon men precies met het actief opjagen en verbieden van cannabis?
Roes: Cannabis was zeker niet het eerste middel dat men is gaan verbieden. De eerste echte internationale strijd ging over opium. Dat was het belangrijkste focuspunt. Cannabis werd pas later in dat proces meegenomen.
In de Verenigde Staten had je begin 20e eeuw de progressive movement, een beweging die sterk gericht was op gezondheid en moraliteit. Daar ontstond de overtuiging dat de samenleving moest worden “opgeheven” naar een nieuw, beter volk. Alcohol, opium en later ook cannabis pasten niet in dat ideaalbeeld.
Een interessant detail is dat cannabis pas echt op de internationale agenda kwam door een Egyptische diplomaat. Tijdens een internationale conferentie werd gevraagd: “Zijn er in jullie landen middelen die problemen veroorzaken?” Hij stak zijn hand op en noemde Indische hennep. Vanaf dat moment is cannabis toegevoegd aan de internationale verdragen, naast heroïne, cocaïne en morfine.
Vanaf dat moment zat het in de boeken, en werden de fundamenten gelegd voor het beleid dat we nu nog steeds kennen.
De internationale context
Interviewer: Je vertelde net dat cannabis uiteindelijk op de internationale agenda kwam via een Egyptische diplomaat. Hoe ging dat verder?
Roes: Vanaf dat moment werden er internationale afspraken gemaakt om bepaalde middelen wereldwijd te controleren. Oorspronkelijk ging het vooral om opium, cocaïne en heroïne, maar door die interventie werd ook cannabis toegevoegd.
De Verenigde Staten hebben daar een grote rol in gespeeld. Ze zagen dit als een morele strijd: middelen moesten bestreden worden om de samenleving te verbeteren. Toen cannabis eenmaal op de lijst stond, werd het voor de VS en andere landen makkelijker om beleid te voeren waarin het middel steeds strenger werd gecontroleerd.
De drooglegging en alcoholverbod
Interviewer: Je hebt eerder de drooglegging in de VS genoemd. Wat kunnen we leren van dat verbod?
Roes: De drooglegging, begin jaren 1920, is een belangrijk historisch voorbeeld. De bedoeling was om alcoholgebruik terug te dringen door het simpelweg illegaal te maken. Maar het resultaat was bijna het tegenovergestelde:
- Criminele netwerken werden rijker en machtiger dan ooit.
- Mensen schakelden over op sterkere alcohol zoals whiskey, omdat je bij illegale middelen zoveel mogelijk effect wilt voor zo weinig mogelijk volume.
- De kwaliteit van de drank daalde sterk, waardoor er juist meer gezondheidsproblemen ontstonden.
Er was zelfs een periode waarin de Amerikaanse overheid alcohol bewust verontreinigde met giftige stoffen om het gebruik te ontmoedigen. Dat leidde tot honderden doden. Het illustreert hoe ver beleid kan gaan in de poging mensen te sturen, zelfs als de gevolgen desastreus zijn.
De link met cannabis
Interviewer: Hoe past cannabis in dat verhaal?
Roes: Cannabis kwam pas later in beeld. Toen de drooglegging van alcohol werd opgeheven, zaten er in de VS ineens duizenden agenten zonder werk. Wat gebeurde er?
Diezelfde politiemacht werd ingezet om andere middelen te bestrijden, waaronder opium, morfine en cannabis.
De structuren, de wetten en de retoriek van de War on Drugs waren al opgebouwd tijdens de drooglegging. Cannabis werd in dat systeem meegenomen, zonder dat er veel wetenschappelijk bewijs of maatschappelijke discussie aan voorafging. Het werd simpelweg in dezelfde categorie geplaatst als heroïne of cocaïne, ook al zijn de effecten compleet verschillend.
Racisme en beeldvorming
Interviewer: Er wordt wel eens gezegd dat racisme een rol speelde in hoe cannabis werd verboden. Klopt dat?
Roes: Ja, absoluut. In de VS speelde raciale angst een grote rol. Cannabis werd vaak geassocieerd met Latijns-Amerikaanse migranten en de zwarte gemeenschap. In de media verschenen verhalen dat cannabis “zwarte mannen gevaarlijk zou maken” of “hen op blanke vrouwen zou afsturen”.
Die framing beïnvloedde de publieke opinie sterk. Cannabis werd niet alleen als een gevaarlijk middel neergezet, maar ook als iets “vreemds” dat buitenstaanders meebrachten. Dit hielp om het politieke draagvlak voor een verbod te versterken, zelfs zonder harde feiten.
Wetenschappelijke kennis genegeerd
Interviewer: Er werd toen dus vooral vanuit morele en raciale argumenten verboden. Hoe zat het met de wetenschap?
Roes: Wetenschappelijk bewijs speelde nauwelijks een rol. Lange tijd werd onderzoek zelfs gestuurd door politieke belangen. Je kreeg alleen subsidie als je de risico’s van middelen onderzocht, niet de voordelen.
Bij cannabis werden decennialang uitsluitend studies gefinancierd over negatieve effecten, zoals psychoses of verslaving.
Er werd nauwelijks gekeken naar vragen zoals:
- Hoeveel mensen gebruiken het probleemloos?
- Welke mogelijke medische toepassingen zijn er?
- Wat zijn de economische effecten van legalisering?
Omdat die vragen niet werden gesteld, kreeg je een eenzijdig beeld. Dat zien we nu nog steeds: wetenschappelijke feiten botsen vaak met culturele opvattingen en politieke belangen.
De gevolgen van drooglegging
Interviewer: Wat leren we dan als we kijken naar de drooglegging in de VS en naar ons huidige drugsbeleid?
Roes: Wat we zien is dat prohibitie meestal averechts werkt. Het dringt het gebruik niet terug, het verandert alleen de manier waarop mensen gebruiken:
- Mensen kiezen voor sterkere middelen, omdat die makkelijker te vervoeren en te verbergen zijn.
- De kwaliteit daalt, omdat er geen toezicht is.
- Criminele organisaties profiteren.
- De gewone gebruiker wordt gecriminaliseerd en gestigmatiseerd.
Het effect is dat je de problemen verplaatst, niet oplost. We zien hetzelfde bij andere middelen, zoals crystal meth en heroïne. Zodra je iets verbiedt, wordt het gevaarlijker – zowel voor gebruikers als voor de samenleving.
De start van de War on Drugs
Interviewer: We hebben het gehad over de internationale verdragen en de drooglegging. Maar cannabis werd pas echt hard aangepakt in de VS vanaf de jaren ‘60 en ‘70, toch?
Roes: Klopt. In de jaren ‘60 en ‘70 speelde er in de VS een culturele tweestrijd. Cannabis werd populair onder jongeren, de hippiebeweging, en ook onder soldaten in Vietnam.
Tegelijkertijd kwamen er conservatieve, vaak rechtse regeringen aan de macht die de maatschappelijke controle wilden herstellen.
President Richard Nixon gebruikte dat moment om zijn beruchte “War on Drugs” te lanceren. Officieel ging het om volksgezondheid, maar in de praktijk was het vaak een politiek instrument om tegenstanders – vooral progressieve jongeren en de zwarte gemeenschap – te criminaliseren.
Reagan, Clinton en Biden
Interviewer: Hoe evolueerde dat beleid daarna?
Roes: Onder Ronald Reagan in de jaren ‘80 werd de aanpak nog harder. Zijn beleid vergrootte de strafmaat voor bezit en gebruik enorm. Daarna kwam Bill Clinton in de jaren ‘90 met de zogenaamde “tough on crime”-wetgeving. Ironisch genoeg gebeurde dat met steun van Democraten zoals Al Gore en Joe Biden.
Het resultaat? Een explosie van arrestaties. Miljoenen mensen, vaak voor relatief kleine vergrijpen zoals het bezit van een paar gram cannabis, kwamen vast te zitten.
De VS ontwikkelde zich tot het land met de grootste gevangenispopulatie ter wereld. En dat voor een groot deel door drugsgerelateerde feiten.
Oneerlijke rechtspraak
Interviewer: Ging het vooral om grote dealers of ook om gebruikers?
Roes: Het ging vaak om gebruikers. Natuurlijk werden er ook dealers opgepakt, maar in de praktijk was het vaak: pak wie je kan.
Ik heb zelf vijf jaar in de VS gewoond en zag hoe willekeurig en militaristisch het systeem werkt. Ik ben daar meerdere keren binnen 24 uur aangehouden, zonder enige duidelijke reden, enkel omdat mijn kenteken uit een andere staat kwam.
Op een dag zat ik in een bus met een vriend die stiekem cannabis had meegenomen. De politie hield ons aan met een smoes, doorzocht de bus, maar vond gelukkig niets. Later ontdekte ik dat de wetten in sommige staten extreem streng zijn.
In South Carolina bijvoorbeeld geldt dat iedereen in de auto dezelfde straf krijgt, zelfs als het niet jouw cannabis is. Je kan zo voor een half grammetje de cel in – ook als bestuurder.
Dit soort wetten zorgen niet voor minder gebruik, maar voor massale overcriminalisering. Mensen krijgen hoge boetes, schulden, gevangenisstraffen – en de samenleving betaalt de prijs.
Het “for-profit” gevangenissysteem
Interviewer: Je zegt dat gevangenissen in de VS ook geld verdienen aan gevangenen. Hoe werkt dat precies?
Roes: In veel Amerikaanse staten zijn gevangenissen geprivatiseerd. Lokale gevangenissen krijgen meer geld naarmate ze meer mensen opsluiten.
Dat creëert een pervers systeem: er is een economische prikkel om zoveel mogelijk arrestaties te doen. En middelengebruik – vooral cannabis – is daar de makkelijkste manier voor.
Ik heb voor RTL Nieuws verslag gedaan in Arizona, in een van de beruchtste gevangenissen van de VS, geleid door sheriff Joe Arpaio.
De omstandigheden daar waren ronduit onmenselijk: mensen zaten in tenten in de woestijn, met temperaturen tot 45 graden, aten beschimmeld brood en oude sinaasappels, en moesten zelfs roze ondergoed dragen als vernedering.
Toen ik aan een groep vrouwelijke gevangenen vroeg wie er zat wegens drugs, stak 80% haar hand op. Het werd pijnlijk duidelijk: dit systeem helpt niemand. Het maakt levens kapot, zonder het probleem op te lossen.
De kentering in de VS
Interviewer: Ondanks dat harde beleid zien we de laatste tien à vijftien jaar toch een kentering. Hoe komt dat?
Roes: De omslag begon doordat de bevolking zelf verandering eiste. In veel staten steunde een meerderheid van de inwoners de legalisering van cannabis, vaak tussen 60% en 80%.
Het verschil met Europa is dat de VS in veel staten bindende referenda kennen. Dat betekent dat burgers rechtstreeks kunnen stemmen over wetgeving.
In Colorado gebeurde dat in 2012: een referendum maakte cannabis daar volledig legaal.
Dat zorgde voor een interessante situatie: op staatniveau werd cannabis legaal, maar federaal bleef het verboden.
Dit veroorzaakte veel juridische en economische frictie, maar het zette wel een kettingreactie in gang. Kort na Colorado volgden onder meer Washington, Oregon, Nevada, Californië en later nog veel meer staten.
De rol van medicinale cannabis
Interviewer: Maar de eerste stap naar legalisering begon al eerder, via medicinale cannabis, toch?
Roes: Ja, dat was een bewuste strategie. In de jaren ‘90 werd in Californië medicinale cannabis gelegaliseerd. Het idee was:
“Als we het niet over recreatief gebruik mogen hebben, laten we het dan over medische toepassingen hebben.”
Mensen konden met een doktersverklaring een pas krijgen om cannabis legaal te kopen. In de praktijk was dat systeem vrij soepel: je ging naar de dokter, zei dat je last had van je knie, kreeg een pas en kon cannabis halen bij een dispensary.
Die ontwikkeling heeft het stigma rond cannabis flink verminderd en leidde tot een bredere acceptatie van legalisering. Tegenwoordig is cannabis in veel staten volledig legaal, en zie je in steden als New York mensen openlijk joints rollen op straat.
Europa versus de VS
Interviewer: We hebben gezien dat in de VS vooral de bevolking via referenda verandering afdwong. Hoe zit dat in Europa?
Roes: Het grote verschil is dat wij in Europa geen bindende referenda hebben. Hier komt verandering bijna altijd vanuit de politiek, en dat maakt de dynamiek compleet anders.
In de VS konden burgers zelf zeggen: “Wij willen dit legaal.” In Europa moeten we wachten tot politici die stap zetten, en die zijn vaak veel voorzichtiger.
Toch zie je ook hier een langzame verschuiving: landen zoals Portugal, Spanje, Luxemburg, Duitsland, Tsjechië en Zwitserland bewegen richting meer regulering of gedecriminaliseerd gebruik.
België, daarentegen, blijft stilstaan.
Internationale verdragen als excuus
Interviewer: In België hoor je vaak dat VN-verdragen de reden zijn dat we niet meer kunnen legaliseren. Hoe kijkt u daarnaar?
Roes: Dat argument wordt vaak gebruikt, maar het klopt niet helemaal. De VN-verdragen uit 1961, 1971 en 1988 gaan vooral over productie en handel. Ze verplichten landen niet om persoonlijk gebruik te verbieden.
Bovendien zie je dat landen als Canada, Uruguay en inmiddels ook verschillende Amerikaanse staten deze verdragen openlijk negeren zonder serieuze sancties.
De verdragen worden vooral als politiek instrument gebruikt:
- Landen verwijten elkaar dat ze “regels breken”.
- Ze worden ingezet in machtsverhoudingen tussen staten.
- In werkelijkheid zijn ze vooral een papieren tijger: ze lijken machtiger dan ze zijn.
Het echte probleem is dat de verdragen in de jaren ‘60 en ‘70 volledig zijn gebaseerd op verouderde aannames. Cannabis wordt behandeld alsof het plutonium is, terwijl dat wetenschappelijk nergens op slaat. Daardoor hebben we vandaag een systeem dat morele oordelen mengt met beleid.
Willekeur in het drugsbeleid
Interviewer: Je suggereert dus dat beleid meer gebaseerd is op cultuur en politiek dan op wetenschap?
Roes: Ja, absoluut. Veel beslissingen komen tot stand zonder gedegen wetenschappelijke onderbouwing.
Neem Wenen, waar de internationale verdragen besproken worden. Daar zitten diplomaten – vaak jonge mensen – die dit zien als een opstapje in hun carrière. Ze krijgen lijsten met nieuwe stoffen van de WHO, met verhalen over mogelijke gevaren, en stemmen daar binnen een minuut over. Er wordt nauwelijks gekeken naar medische waarde of werkelijke risico’s.
Het gevolg is dat middelen vaak te snel verboden worden. Soms ontdekken we tien of twintig jaar later dat een stof medische toepassingen heeft, maar dan is de weg terug extreem ingewikkeld:
- De stof moet opnieuw gepatenteerd worden.
- Er is een dure farmaceutische lobby nodig.
- Het beleid blijft ondertussen achterlopen.
Een goed voorbeeld hiervan is MDMA: jarenlang stond het op de zwaarste lijst, ondanks onderzoeken die de risico’s lager inschatten. Pas door enorme inspanningen, inclusief miljoenen aan particuliere donaties, begint de medische toepassing nu geaccepteerd te raken.
De culturele dimensie
Interviewer: Betekent dit dat ons drugsbeleid meer cultureel dan wetenschappelijk is?
Roes: Ja. Het beleid weerspiegelt vooral culturele waarden en morele normen. In Noordwest-Europa speelt bijvoorbeeld de protestantse werkethiek een rol:
- Werk en productiviteit staan bovenaan.
- Hedonisme – feesten, dansen, drugs – staat onderaan de prioriteitenlijst.
- Middelen die “het bewustzijn beïnvloeden” worden cultureel sneller afgekeurd.
Dat zie je ook terug tijdens de coronapandemie: nachtclubs en festivals stonden helemaal onderaan de lijst om te heropenen, omdat ontspanning, verruiming en plezier laag worden gewaardeerd in onze samenleving.
Cannabis en andere middelen worden dus niet puur op basis van risico beoordeeld, maar vaak op basis van maatschappelijke aannames over wat “natuurlijk” en “gezond” gedrag is.
Psychedelica en nieuwe inzichten
Interviewer: We zien dat psychedelica, zoals LSD en psilocybine, tegenwoordig weer meer aandacht krijgen. Hoe verklaar je dat?
Roes: Psychedelica hebben de laatste jaren een culturele herwaardering gekregen. Ze hebben zichzelf als het ware losgemaakt van de negatieve framing rond “drugs” door zich te profileren via medisch onderzoek.
Steeds meer studies tonen positieve effecten bij depressie, trauma en angststoornissen. Daardoor is er een nieuw verhaal ontstaan rond middelen zoals LSD, psilocybine en MDMA. Mensen zien ze niet meer automatisch als gevaarlijk, maar als mogelijke hulpmiddelen.
Hetzelfde gebeurde in Californië met medicinale cannabis: door het medische narratief te benadrukken, werd het maatschappelijk veel breder geaccepteerd. Psychedelica volgen nu hetzelfde pad.
België: de stilstand in beleid
Interviewer: Terwijl in veel landen beweging is, blijft België opvallend stil. Waarom?
Roes: België heeft een politiek-cultureel probleem. Politici durven zich niet uit te spreken, uit angst stemmen te verliezen.
In plaats van vooruit te kijken, grijpen ze vaak terug op slogans zoals “de war on drugs” om een harde houding te verkopen.
Bovendien ontbreekt hier een open maatschappelijk debat. Cannabisgebruikers durven vaak niet uit de kast te komen, uit angst voor stigma of juridische gevolgen. Daardoor blijft het beleid eenrichtingsverkeer: politici praten, gebruikers zwijgen.
Resultaat: terwijl Duitsland, Luxemburg en andere buurlanden experimenteren met regulering, blijft België achter.
De rol van de media
Interviewer: We hebben het gehad over politiek, verdragen en cultuur. Maar hoe groot is de rol van de media in de beeldvorming rond cannabis en andere middelen?
Roes: Die rol is enorm. De media zijn vaak conservatief en kortzichtig in hun berichtgeving. Bij nieuwsverhalen grijpen redacties terug op stereotypen:
- De “junkie” met capuchon en joint.
- Het verband met criminaliteit en geweld.
- Sensatie rond politie-invallen of “megavangsten”.
Ik heb het vaak meegemaakt: ik kom op een redactie met een inhoudelijk verhaal, bijvoorbeeld over de Marokkaanse hasjhandel die al decennialang de Nederlandse coffeeshops voorziet. Dan wordt gezegd: “Te niche, daar zit niemand op te wachten.” Maar dat is onzin: voor veel Marokkaanse jongeren is dat verhaal wél relevant.
De media willen óf criminaliteit belichten óf het onderwerp weglachen. Serieuze vragen over gezondheid, regulering of cultuur worden nauwelijks gesteld. Dat maakt het debat oppervlakkig en versterkt bestaande vooroordelen.
Het probleem van anonimiteit
Interviewer: Je hebt ooit gezegd dat je vaak gezichten moet blurren in documentaires over cannabis. Waarom is dat zo problematisch?
Roes: Omdat het de stigmatisering versterkt. Wanneer je iemands gezicht onherkenbaar maakt, wordt hij automatisch geassocieerd met criminaliteit. Je kan niet in de ogen kijken van iemand die zijn verhaal vertelt. Dat maakt het veel moeilijker om empathie op te wekken.
Ik werk nu aan een documentaire en probeer daarom geanimeerde reconstructies te maken: zo geef ik mensen hun persoonlijkheid terug zonder hun veiligheid in gevaar te brengen. Maar dat kost tijd, geld en moeite. Het is een direct gevolg van de criminalisering: mensen durven niet openlijk praten, en daardoor blijft het debat scheefgetrokken.
“Coming-out” van gebruikers
Interviewer: Je zegt dat veel gebruikers zich niet durven uitspreken. Wat is daar het effect van?
Roes: Zonder coming-outs blijft het stigma bestaan. Kijk naar de homobeweging: pas toen mensen zichtbaar uit de kast kwamen, veranderde de publieke opinie.
Bij cannabis en andere middelen is het hetzelfde: zolang gebruikers hun mond houden, is er weinig menselijk gezicht aan het debat.
En dat is logisch: veel mensen zijn bang voor hun baan, hun reputatie, of voor juridische gevolgen. Maar daardoor kunnen de media en de politiek blijven doen alsof alleen criminelen gebruiken, terwijl dat natuurlijk niet zo is.
Alcohol versus cannabis
Interviewer: We zien dat alcohol sociaal volledig geaccepteerd is, terwijl cannabisgebruikers vaak als probleemgeval worden neergezet. Hoe verklaar je die hypocrisie?
Roes: Het is inderdaad volstrekt inconsequent. Neem een voorbeeld:
- Als je op een zondagmiddag met een fles wijn bij vrienden aankomt, wordt dat sociaal geprezen.
- Als je een zakje cannabis meeneemt, kan dezelfde groep mensen schrikken of zelfs de politie bellen.
En toch weten we wetenschappelijk dat alcohol veel meer gezondheidsproblemen en sterfgevallen veroorzaakt dan cannabis.
Het verschil zit hem in culturele framing: alcohol hoort “bij ons”, cannabis wordt gezien als iets “vreemds”, iets wat buiten onze normen valt. Dat is geen rationeel gezondheidsbeleid, maar een cultureel oordeel dat diep ingebakken zit in onze samenleving.
Nepervaring versus echte ervaring
Interviewer: Je hebt ergens gezegd dat veel mensen drugs zien als “nepervaringen”. Kan je toelichten?
Roes: In onze cultuur wordt plezier dat “natuurlijk” is, vaak hoger gewaardeerd dan plezier dat je bereikt via middelen.
Bijvoorbeeld:
- Skiën van een berg af, ondanks het risico op blessures, wordt gezien als een “echte ervaring”.
- Dansen onder invloed van MDMA wordt weggezet als “vals” of “kunstmatig”.
Deze opvatting heeft diepe christelijke wortels in Noordwest-Europa: de geest “benevelen” wordt gezien als verkeerd. We moeten werken, bidden en “nuchter” leven. Alles wat afwijkt van die norm – feesten, bewustzijnsverruiming, experimenteren – krijgt sneller een negatief label.
Het debat rond risico’s
Interviewer: Hoe schadelijk zijn die middelen eigenlijk, als je kijkt naar de cijfers?
Roes: Daar gaat het veel te weinig over. Veel mensen denken bijvoorbeeld dat iedereen die cocaïne gebruikt, meteen verslaafd raakt. In werkelijkheid ligt dat percentage tussen de 1% en 5%, afhankelijk van de context.
Voor heroïne ligt het hoger, en voor cannabis spelen risico’s zoals psychosegevoeligheid bij een kleine groep. Maar het overgrote deel van de gebruikers gebruikt incidenteel en zonder problemen.
De echte risico’s worden vaak uitvergroot door het verbod zelf:
- Ongecontroleerde kwaliteit verhoogt de kans op gevaarlijke situaties.
- De zwarte markt zorgt voor meer criminaliteit en onveiligheid.
- Gebruikers worden niet geïnformeerd over zuiverheid, dosering en interacties.
Met een gecontroleerde markt kan je veel van die problemen oplossen. Dat betekent niet dat alle risico’s verdwijnen, maar het maakt middelen veiliger voor wie ze tóch gebruikt.
De onvermijdelijkheid van verandering
Interviewer: Zie jij het gebeuren dat cannabis en misschien ook andere middelen op termijn legaal en gereguleerd worden?
Roes: Ik denk dat het onvermijdelijk is, maar het gaat langzaam. Het systeem van verbod en controle is institutioneel sterk en ingebed in internationale verdragen, politiebeleid en politieke macht.
Wat je waarschijnlijk gaat zien:
- Meer land-per-landregulering in Europa.
- Psychedelica worden sneller geaccepteerd dan cannabis, door de medische framing.
- Cannabis zal stukje bij beetje normaler worden, vooral in landen waar de bevolking druk uitoefent op de politiek.
Maar volledig vrijgeven? Nee. Er zullen altijd regels, grenzen en toezicht blijven bestaan. Het doel zou moeten zijn: een slim beleid dat risico’s beperkt, criminaliteit terugdringt en gebruikers beschermt.
