De gebruiker als zondebok
Minister Annelies Verlinden blijft zich in Humo verzetten tegen elke vorm van cannabisregulering.
“Wie betrapt wordt, kan nu al een boete tot 1.000 euro krijgen. Maar we moeten verslaafden ook op weg helpen naar de hulpverlening. En elke gebruiker moet beseffen dat hij een criminele keten in stand houdt die voor dodelijk geweld in onze steden zorgt.Ik geloof totaal niet in een legalisering. Ik heb al te veel schrijnende verhalen gehoord over jongeren die compleet ontsporen en psychoses krijgen als gevolg van softdrugs. Op een moment dat onze psychiatrie overbevraagd is, kun je toch niet zeggen: ‘We gaan jullie werkdruk nog verhogen door softdrugs te legaliseren’?”
Het is een oud recept in het Belgische drugbeleid: in plaats van de verantwoordelijkheid bij structuren te leggen, schuift men ze door naar het individu. De gebruiker als zondebok. Een vorm van morele chantage die werkt via schaamte. “Jij, met je softdrugs, jij bent de reden dat er geweld is, dat jongeren ontsporen, dat onze zorg kreunt.” Geen ruimte voor nuance, voor sociale context, voor de realiteit waarin mensen leven. Alleen schuld.
Maar die redenering houdt geen steek zodra je over de grens kijkt. In Portugal is het bezit van alle drugs al sinds 2001 gedecriminaliseerd. Het gevolg? Geen lawine van gebruik, geen instorting van de zorg. Wel: minder overdoses, minder HIV-infecties, meer mensen in behandeling. In Canada koos men in 2018 voor volledige legalisering van cannabis. Daar is inmiddels zo’n 78% van de verkoop geformaliseerd en gecontroleerd, en het aandeel jongeren dat cannabis gebruikt is niet gestegen. Hetzelfde geldt voor Uruguay, waar gereguleerde verkoop via apotheken niet leidde tot een toename in psychische problemen of geweld. Duitsland volgt sinds 2024 met een model van clubs en thuiskweek. Al deze landen maken dezelfde analyse: criminaliseren helpt niet, het maakt het probleem juist onzichtbaar.
En als psychose het schrikbeeld is, waarom laat men dan net toe dat het product volledig in handen blijft van dealers die geen enkele scrupule hebben bij het verhogen van de THC-concentratie? Door te reguleren kunnen overheden net grenzen stellen, net zoals dat bij alcohol en tabak al decennia het geval is.
Verlinden weigert deze realiteit onder ogen te zien. Zij kiest ervoor om de verantwoordelijkheid om te keren: niet de georganiseerde criminaliteit die onze haven infiltreert, niet het verbod dat de zwarte markt versterkt, niet het beleid dat preventie en zorg structureel onderfinanciert, maar de eindgebruiker wordt geviseerd. Die ene persoon op een bankje in het park. Die student in zijn kot. Die dertiger die liever een joint rookt dan een glas wijn drinkt. Hij of zij moet boeten – letterlijk. Tot duizend euro.
Wat vooral wringt, is dat de minister doet alsof legalisering automatisch leidt tot een explosie van psychische problemen. De realiteit is dat onze psychiatrie al jarenlang kreunt onder een gebrek aan middelen. Jongeren wachten soms maanden op hulp, of krijgen gewoon geen plek. Dat probleem is niet het gevolg van cannabis, maar van politieke keuzes. Als we die wachtlijsten ernstig nemen, zouden we investeren in zorg en preventie, niet in boetes en schuldprojectie.
Maar wat nog schrijnender is: diezelfde logica wordt zelden toegepast op gebruikers van andere roesmiddelen. Niemand vertelt een wijndrinker dat hij de alcoholindustrie sponsort, verantwoordelijk is voor familiale drama’s of mee de spoeddiensten overbelast. Niemand geeft een champagnefles door op een trouwfeest met de waarschuwing: “Denk eraan, dit is dodelijker dan cannabis.” Alcohol veroorzaakt elk jaar duizenden doden in België. Tabak nog meer. Maar zij worden gereguleerd, niet gecriminaliseerd. En belangrijker nog: wie er gebruik van maakt, wordt met rust gelaten. Waarom zou dat anders moeten zijn voor cannabis?
Het is pijnlijk om te zien hoe dit discours het debat gijzelt. Terwijl andere landen de realiteit onder ogen durven zien en een alternatief pad bewandelen, blijft België gevangen in morele verontwaardiging. Terwijl de cijfers wijzen op de ineffectiviteit van criminalisering, kiest men hier voor boetes en beschuldigingen.
Een boete van duizend euro verandert niets aan de fundamenten van dit probleem. Maar ze straft wel het verkeerde deel van de keten. Ze voedt het stigma, ze legitimeert de schaamte, en ze ontmoedigt mensen om hulp te zoeken. Want wie zich medeplichtig voelt, klapt dicht. Wie zich als crimineel behandeld weet, blijft weg. En wie zich schuldig gemaakt voelt aan geweld waar hij niets mee te maken heeft, kijkt wel uit om ooit nog openlijk over zijn gebruik te praten. Dat is niet enkel oneerlijk. Dat is schadelijk beleid.
