Rastafari in de klauwen van repressie
Een politiecontrole na Reggae Geel, een van de meest vreedzame festivals van Vlaanderen, leidde tot een schokkend cijfer in de media: de helft van de gecontroleerde bestuurders testte positief op drugs. Plots was het nieuws niet meer dat 36.000 mensen feestvierden zonder noemenswaardige incidenten, maar dat cannabisgebruik opnieuw het gezicht werd van morele onrust.
De aanwezige cultuur – doordrenkt van reggae, vrede en spiritualiteit – werd vlot gereduceerd tot een drugsfeest met een parkeerterrein vol stoners achter het stuur. De reacties van het stadsbestuur en de politie zetten echter vooral één ding in de verf: het systeem kraakt onder zijn eigen hypocrisie.
Laten we één ding duidelijk stellen: reggae en cannabis zijn historisch en cultureel met elkaar verweven. Niet als excuus om “stoem te doen in het verkeer”, maar als een spiritueel symbool in de Rastafari-cultuur. Voor veel reggae-artiesten en fans is cannabis geen partydrug, maar een sacrament – vergelijkbaar met wijn bij de eucharistie.
Reggae Geel is niet zomaar een feestje met beats en joints: het is een cultureel erfgoed. En net dat maakt het extra kwetsbaar voor stigmatisering.
In het artikel lezen we dat 145 festivalgangers een onmiddellijke inning kregen voor bezit of gebruik van cannabis. Dat is dus 145 keer minstens €75, met uitschieters tot €350 bij herhaling. Doe de rekensom. Je praat al snel over tienduizenden euro’s die de overheid in één weekend uit iemands zak klopt, zonder dat er sprake is van enige schade of gevaar voor derden.
De logica is cynisch eenvoudig: cannabis verbieden is lucratiever dan legaliseren. Geen rechtbank, geen debat, geen context. Gewoon pinnen en verdergaan. Preventie is een mooi woord voor op affiches, maar de kassa rinkelt het luidst bij repressie. In plaats van te investeren in echte begeleiding of schadebeperkende maatregelen, kiest men voor het snelst renderende systeem: cashen op cultuurgebruik.
En dan het paradepaardje: de drugtests in het verkeer. Volgens de cijfers van VAD kan cannabis nog dagen na gebruik detecteerbaar zijn in speeksel, terwijl de roes al lang verdwenen is. Het Trimbos Instituut stelt zelfs: “Speekseltesten tonen gebruik aan, geen intoxicatie”.
Met andere woorden: iemand die vrijdagavond een joint rookte, kan zondagmiddag nuchter maar wél positief testen. Dat noemen we geen veiligheid, dat noemen we technologische nattevingerwerk.
Stel je voor dat je zaterdagavond één pint drinkt en zondagmiddag gecontroleerd wordt – en alsnog je rijbewijs kwijtraakt omdat alcohol “nog in je bloed zit”. Bij alcohol lachen we zo’n systeem weg als absurd. Bij cannabis noemen we het beleid. De wet maakt hier immers geen onderscheid tussen roes en restsporen, tussen gevaar en aanwezigheid. Dat is geen veiligheid, dat is technologische dopingcontrole zonder sport. Mensen worden gestraft voor wat was, niet voor wat is.
Wat zich afspeelt op Reggae Geel is geen uitwas, maar een symptoom van een diepere hypocrisie. We willen festivals, vrijheid en diversiteit vieren, maar we bestraffen rituelen die niet binnen onze Vlaamse norm vallen. We doen alsof preventie belangrijk is, maar geven boetes sneller dan we infofolders uitdelen.
En we claimen veiligheid, terwijl onze testmethodes even betrouwbaar zijn als een horoscoop op een pizzadoos.
