Parking, paranoia en proportionaliteit
Een negentienjarige uit Geel. Middernacht, stadionparking, stilstaande auto. Een blokje hasj, een paar vloeitjes, een smartphone met Snapchat-berichten. Meer is er niet nodig om een preventieve controle te laten ontsporen in een volledig strafdossier. Binnen enkele minuten gaat het van “we zien iets verdachts” naar “drughandel” en van een parkeerplaats naar een huiszoeking. Het decor is alledaags, de gevolgen niet.
Want kijk hoe het proces zich hier ontvouwt. De politie ziet ’s nachts een auto staan op de parking van het voetbalstadion van Verbroedering Geel. In die context is “verdacht gedrag” snel gedefinieerd: stadion, donker, jeugd, auto. Zodra de agenten blaadjes zien liggen en een klein blokje hasj opmerken, schakelt de logica meteen over naar volle turbo. Er wordt niet langer gesproken over eigen gebruik of recreatie — neen, dit is “handel” en het protocol start. Resultaat: een huiszoeking, smartphone-inbeslagname, en volledige reconstructie van zijn online netwerk.
De setting maakt het extra beladen. Een voetbalstadion roept bij beleidsmakers en politie al snel beelden op van massale groepsdynamiek, risicozones, publieke ordehandhaving. Maar hier gaat het over een stilstaande wagen met één negentienjarige jongen. Toch wordt het feit dat die setting geladen voelt gebruikt om sneller, harder en dieper te gaan in de interventie. Dat een blokje hasj op een parkeerplaats in 2025 nog altijd voldoende is om je woning open te breken, blijft wrang.
Vergelijk dat eens met alcohol. Stel: dezelfde jongen zit in zijn auto met zes flessen wodka en tien pakjes sigaretten voor vrienden. Geen agent die denkt aan een huiszoeking. Geen smartphone die uitgelezen wordt. Geen strafblad dat dreigt voor “handel”. Zelfs al is de maatschappelijke schade van alcohol en tabak onmiskenbaar — honderden doden per jaar, ziekenhuizen vol — de juridische reflex is anders. Bij cannabis, een middel dat aantoonbaar minder schadelijk is dan alcohol, hanteren we een nultolerantie die paradoxaal genoeg de problemen vergroot.
En dat zien we hier haarscherp. Door de illegaliteit is er geen kwaliteitscontrole, geen etiket, geen informatie. De jongen koopt via Snapchat. Hij verkoopt door binnen zijn vriendenkring, niet om rijk te worden, maar om zijn eigen gebruik te bekostigen. Het beleid duwt hem precies in de dynamiek die we zogezegd bestrijden: informele markten, ongecontroleerde producten, en kleine sociale transacties die meteen “handel” worden genoemd. Ironisch genoeg creëert de wet zelf de deal.
Dan komt de huiszoeking. Je kan je afvragen: welke proportionaliteit zit daar nog in? Eén blokje hasj, een paar vloeitjes, midden in de nacht, en plots staat je huis open. Ouders wakker, spullen overhoop, een volledig dossier opgebouwd. We zien in dit dossier geen georganiseerde criminele structuur, geen containers in de haven, geen kilo’s, geen geldstromen. We zien een jongvolwassene, een smartphone, een Snapchat-draad, en een justitie-apparaat dat draait alsof hij onderdeel is van een netwerk waarin miljoenen omgaan.
Dit is exact wat er fout loopt met het Belgische drugsbeleid. Het kost enorm veel politie-uren, justitiemiddelen en maatschappelijke energie om jongeren te criminaliseren, terwijl de reële risico’s niet kleiner worden. Productkwaliteit blijft onbekend. Minderjarigen blijven onbeschermd. Hulpverlening wordt bemoeilijkt omdat alles in de schaduw gebeurt. Intussen blijft alcohol overal beschikbaar, mét kwaliteitscontrole, etiketten, accijnzen, reclameborden en happy hours. Een negentienjarige die zes blikken bier meeneemt voor vrienden, wordt gezien als sociaal; een negentienjarige die twee gram deelt, wordt “dealer”.
De setting — een stadionparking — maakt het juridisch drama visueel aantrekkelijk. Het wordt nieuwswaardig: stadion, nacht, drugs. Het vult krantenkolommen. Maar de volksgezondheid wordt hier niet beschermd, noch de openbare orde. Er is niemand veiliger geworden van deze interventie. Wat we wel bereiken, is dat een jonge gast mogelijk zijn blanco strafblad verliest, met alle gevolgen voor studie, job en woonkansen.
Als we willen dat jongeren geen Snapchat gebruiken om cannabis te kopen en door te verkopen, moeten we hen een alternatief geven. Een gereguleerde markt, met duidelijke regels, leeftijdsgrenzen, productinformatie en fiscale kaders. Dan heb je geen nachtelijke stadionparkings meer nodig. Dan heb je geen smartphone-inbeslagnames, geen huiszoekingen, geen vonnissen van 6 oktober over een blokje hasj.
Tot dat moment blijft de parkeerplaats een toneel. We spelen telkens hetzelfde stuk: de politie vindt een stukje hasj, justitie rolt de spierballen, en we doen alsof we de samenleving veiliger maken. Maar het enige wat we beschermen, is een illusie.
