CannabisKenners

De podcast die pleit voor een Belgisch cannabisbeleid

Toggle navigation
  • Home
  • Podcast
  • Blog
  • Citaten
  • Interviews
  • Contact
  • Search

De normalisering van disproportioneel cannabisbeleid

Spread the love

De normalisering van disproportioneel cannabisbeleid

Twee broers roken een joint in een geparkeerde wagen in Nieuwpoort. De politie merkt tijdens een routinecontrole een cannabisgeur op. Eén van hen blijkt effectief een joint aan het roken. Vervolgens volgt een huiszoeking bij hen thuis waarbij twintig gram cannabis wordt aangetroffen. Uiteindelijk stelt het parket voor dat beide mannen een “drugsbehandelingstraject” volgen.

Lees die opeenvolging eens traag en letterlijk zoals ze in het artikel staat.

Een joint.

Een cannabisgeur.

Een huiszoeking.

Een behandelingstraject.

Dat is een bijzonder zware escalatie van staatsingrijpen voor een bijzonder beperkte initiële vaststelling.

Een huiszoeking is immers geen detail. Het is een van de meest ingrijpende middelen waarover politie en justitie beschikken, omdat de overheid daarmee letterlijk de privésfeer van burgers binnendringt. Woningen worden doorzocht, persoonlijke spullen bekeken en gezinslevens plots onderwerp van politiecontrole.

Normaal associeert men zulke ingrepen met ernstige feiten: geweld, georganiseerde criminaliteit, wapenbezit, grootschalige fraude of concrete aanwijzingen van handel.

Maar hier is de aanleiding letterlijk dat “een van hen een joint aan het roken” was.

En wat levert dat binnendringen uiteindelijk op?

Twintig gram cannabis.

Geen wapens.
Geen crimineel netwerk.
Geen slachtoffers.
Geen geweld.
Geen aanwijzingen van professionele handel.

Toch wordt de huiszoeking in het artikel voorgesteld alsof die bijna automatisch volgt uit het simpele feit dat cannabis werd gerookt. Dat proportionaliteitsvraagstuk lijkt nauwelijks nog gesteld te worden zodra het woord “drugs” opduikt.

Stel dezelfde logica eens voor bij alcohol.

Twee volwassenen drinken bier in een geparkeerde wagen. De politie ruikt alcohol. Vervolgens wordt hun woning doorzocht om te kijken hoeveel flessen daar nog aanwezig zijn.

Iedereen zou intuïtief aanvoelen dat zo’n reactie totaal buiten verhouding staat tot de oorspronkelijke vaststelling.

Bij cannabis lijkt die grens plots veel rekbaarder, en dat zegt uiteindelijk veel over hoe cannabisgebruikers cultureel nog steeds bekeken worden: niet als volwassenen die een middel consumeren, maar als mensen bij wie gebruik automatisch verdere controle legitimeert.

Dat paternalistische aspect wordt nog explicieter in het tweede deel van het artikel.

De procureur stelt voor dat beide broers een “drugsbehandelingstraject” volgen, hoewel het artikel tegelijk vermeldt dat ze een “blanco strafblad” hebben en zelf aangeven: “We vinden zelf niet dat we een problematiek hebben.” Toch volgt daarna de veelzeggende passage: “Uiteindelijk gingen ze toch akkoord om het drugsbehandelingstraject op te starten.”

Daar zit iets fundamenteel vreemds in.

Behandeling veronderstelt normaal gezien een medische of psychologische noodzaak, een verslavingsproblematiek of minstens duidelijke maatschappelijke schade. Hier lijkt het traject vooral voort te vloeien uit het simpele feit dát cannabis werd aangetroffen.

Zelfs de manier waarop de broers hun ervaring beschrijven is opvallend: “We werden wat onder druk gezet door de politie om te bekennen dat we ook cannabis thuis hadden liggen.” Die zin passeert bijna achteloos in het artikel, terwijl ze eigenlijk raakt aan een fundamentele vraag over de verhouding tussen burger en overheid.

Want wanneer wordt “meewerken” impliciet druk?
Wanneer wordt een beperkte vorm van persoonlijk gebruik plots voldoende reden om niet alleen woningen binnen te gaan, maar ook mensen richting begeleiding en opvolging te duwen?

België noemt cannabisbezit voor persoonlijk gebruik al meer dan twintig jaar officieel de “laagste vervolgingsprioriteit”, maar tegelijk blijft de reflex opvallend repressief zodra gebruik concreet zichtbaar wordt. Een joint wordt niet behandeld als een beperkt gebruiksfeit, maar als een aanleiding voor binnendringen, opvolging en correctie.

En misschien is precies dat de kern van dit verhaal: niet alleen hoe snel een joint kan leiden tot een huiszoeking, maar ook hoe vanzelfsprekend het blijkbaar geworden is dat volwassen burgers zonder strafblad daarna nog moeten uitleggen waarom ze eigenlijk geen “problematiek” hebben.


Posted On mei 16, 2026

Posted By Daan

Posted In Blog

Share


Prev

Vijf planten, nul proportionaliteit

Next

Het paternalistische cannabisbeleid van België

Scroll to the top
Archieven
  • mei 2026
  • april 2026
  • maart 2026
  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • april 2025
  • februari 2025
  • december 2024
  • mei 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • mei 2023
  • maart 2023
  • januari 2023
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
Categorieën
  • Artikels
  • Blog
  • Podcast
  • Uncategorized
Meta
  • Login
  • Vermeldingen feed
  • Reacties feed
  • WordPress.org