Introductie
Interviewer: Goedemiddag, meneer Veys. Bedankt om tijd vrij te maken voor dit gesprek. Misschien kan u zichzelf kort voorstellen?
Veys: Ja, natuurlijk. Mijn naam is Maxim Veys. Ik ben Vlaams volksvertegenwoordiger voor Vooruit. Ik kom uit Kortrijk en ben West-Vlaams parlementslid. Daarvoor was ik kabinetchef bij het OCMW van Kortrijk. Ik ben ook jarenlang actief geweest bij de JongSocialisten. Het thema cannabisbeleid ligt me nauw aan het hart. Ik vind dat we dit debat veel te weinig voeren, terwijl het maatschappelijk heel belangrijk is.
Het standpunt van de JongSocialisten (2014)
Interviewer: U zegt dat u vroeger actief was bij de JongSocialisten. In 2014 zorgden zij ervoor dat de regulering van cannabis op de agenda van de toenmalige SP.A kwam. Klopt dat?
Veys: Absoluut. In 2014, tijdens een congres in Brussel, keurden we het sociale welvaartsprogramma goed. Daar werd toen ook een congresresolutie van de JongSocialisten gestemd die pleitte voor de regulering van cannabis. Dat was een belangrijke stap. Sommige mensen binnen de partij zijn daar vandaag nog steeds niet gelukkig mee, maar voor ons was het een grote overwinning. We hebben daar jarenlang naartoe gewerkt.
Interne verdeeldheid binnen SP.A
Interviewer: Destijds heerste er binnen de SP.A geen volledige eensgezindheid over dit thema. Louis Tobback, bijvoorbeeld, distantieerde zich ervan. Is die verdeeldheid vandaag nog steeds aanwezig?
Veys: Toen was het inderdaad logisch dat er verdeeldheid was. De stemming was niet unaniem: ongeveer 60% van de leden stemde voor. Dat was een verrassing, maar ook een overwinning voor de interne democratie. Iedere afdeling stemde volgens haar eigen overtuiging. Daardoor was het standpunt toen nog niet volledig uitgewerkt. Sommigen vreesden dat het zou leiden tot een soort pro-cannabispropaganda, met festivals, vlaggenzwaaien en een normalisering van gebruik. Anderen maakten zich zorgen om de gezondheidsimpact.
Balans tussen regulering en preventie
Veys: Het voorstel van de JongSocialisten ging niet enkel over regulering, maar ook over preventie en gezondheidszorg. We wilden dat problematische gebruikers niet uit het oog werden verloren. Sommigen dachten dat de boodschap té positief zou zijn en dat de risico’s onderbelicht bleven. Maar ondertussen zijn we allemaal een stuk volwassener geworden. Binnen Vooruit blijven we het gesprek voeren en de voorstellen verder uitwerken. We zijn een toekomstgerichte partij en cannabisregulering is een onvermijdelijk thema in de 21e eeuw. We moeten dat debat voeren.
Huidig Belgisch cannabisbeleid
Interviewer: Laten we eens kijken naar het huidige cannabisbeleid in België. Wat is op dit moment de visie van Vooruit?
Veys: Wij willen binnen deze Vivaldi-regering de focus verleggen. Ons uitgangspunt is eenvoudig samen te vatten: weg van de “war on drugs”, richting een “war on dealers”.
Vandaag is het beleid inefficiënt. In 2017 ging 72% van alle door de politie geregistreerde cannabisfeiten over bezit en kleine gebruikers. Slechts 28% ging over grote hoeveelheden of dealers. Dat evenwicht klopt niet.
Onze visie is duidelijk: de echte strijd moet gericht zijn op de grote criminele netwerken die enorm veel geld verdienen met cannabis, net omdat het niet gereguleerd is. De overheid moet reguleren, controleren en toezicht houden. Alleen zo kunnen we voorkomen dat miljardenwinsten in criminele handen terechtkomen.
Een gezondheidsperspectief
Veys: Het tweede belangrijke punt is dat we het gebruik minder strafrechtelijk en meer vanuit een gezondheidsperspectief moeten benaderen.
Mensen die problematisch gebruiken, moeten geholpen worden, niet gecriminaliseerd. Sinds de jaren ’90 pleit onze partij er, ook op Europees niveau, voor om cannabis te bekijken vanuit gezondheidszorg in plaats van louter sanctionering.
De focus moet liggen op bescherming, hulpverlening en preventie. En we moeten erkennen dat er een groot aantal reguliere gebruikers is waar absoluut geen probleem mee is. Die mensen moeten we niet door het strafrecht criminaliseren.
Wetten en vaagheid in de praktijk
Interviewer: Het beleid is op dit moment nogal vaag. Ik sprak bijvoorbeeld met Walter Dehaene. Hij gaf een voorbeeld: iemand rijdt alleen naar Nederland en koopt 5 gram cannabis voor zichzelf. Maar als vier vrienden hem vragen om ook iets mee te brengen, zit je ineens aan 25 gram en word je als dealer beschouwd. Dat zorgt voor verwarring.
Daarnaast vertelde Tom De Corte dat het per arrondissement verschilt: op sommige plaatsen mag je cannabis houden, elders wordt het afgepakt, en weer ergens anders krijg je een boete. Vind je dat problematisch?
Veys: Absoluut. Dat komt door een oude richtlijn die parketten veel bewegingsruimte geeft. Maar in de praktijk zorgt dat voor grote ongelijkheid.
In Antwerpen moet je extreem oppassen met wat je doet. In andere regio’s wordt het gebruik minder streng bekeken. Het kan toch niet dat een Belgische burger afhankelijk is van de postcode waar hij staat om te weten wat mag en niet mag.
Wij willen één duidelijke lijn voor heel Vlaanderen en België. Dit is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, maar ook van juridische zekerheid.
Paradigmashift: van “drugs” naar “dealers”
Veys: Wat wij voorstellen, is een paradigmashift: we moeten af van de oorlog tegen gebruikers en onze inspanningen richten op de echte criminelen.
Het probleem is dat zo’n verandering traag gaat. We vergelijken het vaak met het sturen van een tanker: je kan niet in één keer draaien, dat kost tijd.
Bij Vooruit heeft het meer dan tien jaar geduurd om het partijstandpunt rond cannabis helemaal duidelijk te krijgen. Maar we merken wel vooruitgang. Zelfs in het huidige regeerakkoord zien we signalen dat de koers langzaam wijzigt.
De lessen uit Nederland
Interviewer: In Nederland kunnen gebruikers cannabis kopen in coffeeshops, maar tegelijk wordt er hard opgetreden tegen kwekers. Dat creëert een paradox: alleen mensen die grote risico’s willen nemen en enorme winsten willen maken, durven te produceren. Is dat niet een gevaarlijk model?
Veys: Absoluut. Daarom willen wij niet het Nederlandse systeem kopiëren. Er zijn twee grote fouten gemaakt in Nederland:
- De productie is niet geregeld.
Je mag cannabis gebruiken, maar je kan het nergens legaal kopen. Dus moet het ergens “magisch” vandaan komen. In Nederland belandt het via een illegaal circuit bij de coffeeshops. Dat klopt niet.
- Het systeem is te commercieel.
In Nederland zie je dat coffeeshops en commerciële belangen de bovenhand hebben genomen. Wij willen dat absoluut vermijden.
Een gesloten keten: van zaadje tot top
Veys: Ons voorstel is helder: reguleer de volledige keten. We willen precies weten waar cannabis vandaan komt, net zoals bij elk ander product.
Als je een brood koopt, weet je waar de tarwe, het meel en het water vandaan komen. Dat wordt gecontroleerd via milieu- en productiewetgeving. Voor cannabis moet dat net zo zijn.
Daarom stellen wij voor om het te modelleren op cannabis social clubs en non-profit distributie, niet op coffeeshops of commerciële ketens. Het doel is controle, veiligheid en transparantie.
Geen nieuwe “Marlboro” of “cowboymarketing”
Veys: Wat we vooral niet willen, is een “tweede Marlboro-verhaal”. We mogen cannabis niet benaderen zoals sigaretten vroeger of alcohol vandaag: overal reclame, massale promotie en een popcultuur rond consumptie.
Cannabis is niet onschuldig. Het kan gezondheidsrisico’s hebben en moet ook zo benaderd worden. We moeten eerlijk zijn: het is een product dat schade kan veroorzaken, en de overheid moet duidelijke kaders creëren om dat te beperken.
Alcohol en tabak als voorbeeld
Interviewer: Tabak werd ooit zwaar gepromoot, maar nu zijn we daar grotendeels van teruggekomen. Zie je daar lessen voor cannabis?
Veys: Zeker. Voor tabak is er al een mentaliteitswijziging: reclame is verboden, je mag niet overal roken, en er is meer bewustwording. Bij alcohol gaat dat veel trager.
Kijk naar campagnes zoals Tournée Minérale. Zo’n zachte, positieve sensibilisering werkt beter dan repressie. We moeten leren uit die aanpak voor cannabis: informeer, bescherm, maar normaliseer het gebruik niet.
Lockdown, alcohol en gebruikspatronen
Veys: Tijdens de lockdowns hebben we gemerkt dat alcoholgebruik fors is gestegen. Veel mensen zaten thuis, voelden stress en begonnen meer te drinken. Dat toont aan dat verbieden niet werkt, maar open gesprekken en gezonde keuzes stimuleren wel.
Stel dat alcohol vandaag opnieuw zou worden uitgevonden, dan zou het nooit zo massaal gepromoot worden als nu. We zouden geen Jupiler Pro League hebben, geen reclame overal en geen verkoop op elk tankstation. Cannabis moet nooit dat pad opgaan.
Internationale ontwikkelingen
Interviewer: Internationaal zien we veel beweging. Luxemburg legaliseert thuisteelt, Malta zet in op social clubs, Duitsland werkt aan een reguleringsmodel, Canada en de VS zijn al grotendeels legaal, en Nederland test de wietproef. Maar in België gebeurt er niets. Hoe komt dat?
Veys: België is geen eiland. We zitten letterlijk omringd door landen die stappen zetten richting regulering, maar wij blijven achter. Kijk naar Duitsland: hun nieuwe coalitie start een proefproject met gereguleerde verkoop én gezondheidsmonitoring. Luxemburg en Zwitserland zetten gelijkaardige stappen. Zelfs Frankrijk debatteert erover.
Als onze buurlanden verdergaan, moeten we in België een keuze maken:
- Ofwel zetten we in op meer grenscontroles (onrealistisch).
- Ofwel herzien we ons beleid en bekijken we hoe we cannabis slimmer reguleren.
Het huidige Belgische probleem
Veys: Vandaag zitten we in België met een hybride systeem: cannabis blijft illegaal, maar wordt gedeeltelijk gedoogd. Dat leidt tot:
- Wettelijke vaagheid: wat mag, wat niet?
- Ongelijkheid tussen arrondissementen: in Antwerpen wordt streng gecontroleerd, in andere regio’s nauwelijks.
- Onzekerheid voor gebruikers: iemand met 5 gram voor eigen gebruik kan in de ene stad een boete krijgen, in de andere niet.
Dat maakt het beleid incoherent en onrechtvaardig.
War on drugs → War on dealers
Interviewer: Jullie partij Vooruit wil een paradigmashift van “war on drugs” naar “war on dealers”. Kan je dat toelichten?
Veys: Zeker. Vandaag richt het beleid zich te veel op gebruikers. In 2017 ging 72% van alle geregistreerde cannabisfeiten over bezit, slechts 28% over grote dealers.
Wij willen:
- Prioriteit geven aan georganiseerde misdaad en illegale netwerken.
- Gebruikers ondersteunen, niet criminaliseren.
- Preventie versterken en gezondheidsrisico’s beperken.
Het huidige model werkt niet: cannabisgebruik daalt niet, problematisch gebruik daalt evenmin, en criminelen blijven miljarden verdienen.
Medische cannabis: traag en beperkt
Interviewer: Medische cannabis is in België bijna onbestaande. Waarom gaat dat zo traag?
Veys: België loopt sterk achter. Vandaag kan medische cannabis enkel voor MS-patiënten worden voorgeschreven, en dan nog pas als alle andere opties uitgeput zijn. Dat is een absurd model.
In veel landen gebeurt het omgekeerd: men begint met medische regulering, breidt stap voor stap uit en schakelt daarna over naar recreatief gebruik. Kijk naar Uruguay: daar zijn sociale clubs, apotheken en adviesdiensten geïntegreerd.
Wij pleiten voor:
- Brede toegankelijkheid voor patiënten die baat hebben bij cannabis.
- Kwaliteitscontrole op de producten.
- Ondersteuning door hulpverleners en maatschappelijk werkers.
Preventie en publieke gezondheid
Veys: Een gereguleerd model mag niet commercieel worden. Onze Vooruit-visie is gebaseerd op:
- Non-profit distributie, geïnspireerd door cannabis social clubs.
- Winst inzetten voor preventie en hulpverlening.
- Gezondheid centraal stellen in plaats van repressie.
Als we cannabis uit de illegaliteit halen, kunnen we:
- De markt controleren.
- Jongeren beter beschermen.
- Risicovolle mengvormen (zoals synthetische cannabinoïden) aanpakken.
Het taboe in België
Interviewer: Waarom blijft het debat hier vastzitten? Veys: Het is nog altijd een Willies-en-Marietten-debat: “drugs = slecht, punt.” Daardoor blijft men focussen op moraliteit i.p.v. gezondheidswinst en criminaliteitsbestrijding. Politici vrezen electorale kost en spreken dan liever ten persoonlijke titel dan als partij.
Rol van partijen (Open VLD, N-VA, PS, …)
Interviewer: Wie duwt en wie remt? Veys:
- Vooruit: wil verschuiven naar war on dealers en regulering in non-profit-model.
- Open VLD: Jong VLD vaak vooruitstrevend; moederpartij twijfelt—uitspraken komen vaak na een voorzitterschap.
- N-VA: kiest voor repressie/profilering (“sheriff”-aanpak); makkelijk te verkopen, weinig effect op gebruik.
- PS (over de taalgrens): explicieter pro regulering (bv. apotheekspoor).
Kort: brede onwetendheid + voorzichtigheid houden het tegen.
Waarom blijft het debat gepolariseerd?
Interviewer: Wat stookt de tegenstellingen op? Veys:
- Gedoogchaos → willekeur per arrondissement.
- Symbolpolitiek (boetes/controles) i.p.v. structurele keuzes.
- Uitzonderingsverhalen (één zware gebruiker vs. één psychose) worden als norm verkocht.
- Illegale markt blijft draaien, gebruik daalt niet.
Media, cultuur & publieke perceptie
Interviewer: Hoe wordt het beeld mee gevormd? Veys:
- Popcultuur toont ofwel de stoner-karikatuur, ofwel horrorverhalen; nuance verdwijnt.
- CBD-shops kregen angstreacties (absurde afstandsregels), terwijl alcohol overal gepromoot wordt.
- Termen als “drugstoerisme” framen verkeerd; niemand zegt “wijntoerisme”.
- Taboe maakt preventie en hulp moeilijker zichtbaar.
Het non-profitmodel als basis
Interviewer: Hoe ziet Vooruit een gereguleerd cannabisbeleid concreet? Veys: Ons uitgangspunt is duidelijk: geen commerciële industrie zoals in de VS, maar een non-profitmodel. We baseren ons deels op de cannabis social clubs en voorbeelden zoals Uruguay. Belangrijkste pijlers:
- Volledige ketencontrole: van zaadje tot verkoop.
- Vergunningen voor productie, distributie en verkoop, gekoppeld aan strikte kwaliteitsnormen.
- Geen reclame of commerciële promotie.
- Winst herinvesteren in preventie, hulpverlening en wetenschappelijk onderzoek.
Gezondheid centraal, repressie secundair
Veys: Cannabis blijft een risicoproduct. De boodschap is niet: “gebruik meer”, maar “gebruik veilig of niet”. We willen:
- Voorlichting over THC/CBD-verhoudingen.
- Kwaliteitscontrole om synthetische vervalsingen en vervuiling te vermijden.
- Bescherming van jongeren via leeftijdsgrenzen en gecontroleerde toegang.
Repressie blijft nodig, maar dan gericht op georganiseerde criminaliteit, niet op gebruikers. De focus moet verschuiven van straffen naar beschermen.
Budgetverschuiving: van straf naar preventie
Interviewer: Hoe financieren we dat? Veys:
- België spendeert vandaag miljoenen aan repressie die amper impact heeft op gebruikscijfers.
- Door regulering creëren we belastinginkomsten en besparingen op handhaving.
- Die middelen kunnen we rechtstreeks herinvesteren in:
- Preventiecampagnes
- Verslavingszorg
- Psychische hulpverlening
Een Tournée Minérale-achtige benadering kan werken: mild, wetenschappelijk onderbouwd, zonder stigmatisering.
Handhaving & georganiseerde misdaad
Veys:
- Met regulering halen we de illegale markt onderuit.
- Er komt een Belgische DEA-aanpak: opsporing concentreert zich op grote netwerken.
- Politie kan middelen heroriënteren: minder kleine gebruikers viseren, meer focus op internationale bendes.
Politieke vooruitblik 2025–2030
Interviewer: Wat is, realistisch, het pad voor België? Veys: Driefasenplan.
- 2025–2026: voorbereiden & depolariseren
- Federale nota “Gezondheid eerst”: einde aan versnipperde gedoogpraktijk.
- Pilootprojecten: medisch ruimer (pijn, slaap, spasticiteit), drug checking en spuitruimtes waar nodig.
- Kaderwetten klaar: leeftijdsgrens, reclame/marketingverbod, plain packaging, THC-/CBD-etikettering.
- 2026–2028: gecontroleerde proefverkoop (non-profit)
- 6–10 steden/gemeenten; volledige ketencontrole (vergunningen, track-&-trace).
- Aankooplimiet/dag, potency-caps en prijsfloor (vermijdt prijsoorlog met illegale markt).
- Winst → preventie, hulpverlening, onderzoek.
- 2028–2030: evalueren & eventueel opschalen
- Nationale evaluatie o.b.v. gezondheids- en veiligheidsindicatoren.
- Indien doelstellingen gehaald: gefaseerde uitrol, streng toezicht.
Europese druk & Duitse impact
Veys: Duitsland, Luxemburg, Malta en NL-proeven zetten grensdruk. Praktisch:
- Schengen blijft; grenscontroles zijn beperkt effectief.
- Bilaterale afspraken (DE–BE–LU–NL) over residentievoorwaarde, hoeveelheidslimieten en transportregels beperken drugstoerisme.
- EU-kader: gezondheid primeert; nationale regulering binnen volksgezondheid is verdedigbaar zolang export/logistiek niet commercieel EU-wijd wordt.
Hoe Vooruit de tanker keert (routekaart)
Veys: Niet commercieel, wel strak gereguleerd.
- Non-profitmodel: clubs/winkels zonder reclame; bestuur met maatschappelijk werk/verslavingszorg.
- Leeftijd: min. 18 (overweeg 21 voor high-THC).
- Toegang: lokaal vergunningenplafond; afstand tot scholen; training personeel (ID-check, risicosignalering).
- Productnormen: lab-test, contaminantenverbod, THC/CBD-ratio’s, kindveilige verpakking.
- Rijden onder invloed: nultolerantie bij onveilig rijgedrag + verbeterde speekseltests & rehabilitatie.
- Fiscaliteit: mix van THC-gebaseerde accijns + btw; prijs zó dat illegale markt niet concurreert, zonder consumptie aan te jagen.
- Politie/justitie: capaciteit verschuiven van gebruikers naar netwerken (financiële opsporing, haven-logistiek).
- Communicatie: geen verheerlijking; “gebruik niet/gebruik minder/gebruik veiliger”.
Meetplan & evaluatie (KPI’s)
- Gezondheid: problematisch gebruik ↓, psychose-/SEH-presentaties, afhankelijkheidszorg-instroom, slaap/pijn-uitkomsten bij medisch gebruik.
- Jeugd: prevalentie 15–17j. niet ↑; vroege startleeftijd ↑? → bijsturen.
- Markt: aandeel illegale verkoop ↓ (mystery shopping, prijs/potentie), productzuiverheid ↑.
- Veiligheid: drugsgerelateerd geweld en haven-captures; DUI-incidenten en ongevallen.
- Financiën: accijnsopbrengst → % herinvesteerd in preventie/zorg; politie-uren herverdeeld.
- Publiek: kennis van risico’s, stigma ↓.
Slot
Veys: Dit gaat niet over “meer gebruiken”, wel over minder schade, minder misdaad en meer gezondheid. Met een non-profitketen, harde gezondheidskaders en focus op grote netwerken maken we eindelijk werk van een volwassen, Belgische oplossing.
