Bart, Pommelien en de schaamtecultuur
Het artikel over Pommelien Thijs had een belangrijke kans. Het had kunnen ingaan op de impact van roddels, de druk van sociale media en hoe geruchten zich voeden in een online klimaat waar feiten er nauwelijks nog toe doen. Maar in plaats daarvan wordt Bart De Wever er opnieuw bijgehaald. Niet omdat hij rechtstreeks betrokken is bij Pommelien of haar verhaal, niet omdat hij specialist is in verslavingszorg, maar omdat zijn visie op drugsgebruik kennelijk het morele gewicht moet leveren dat het artikel zelf mist.
De Wever staat al jaren bekend om zijn harde, bijna moraliserende benadering van drugs. In zijn communicatie schuift hij de verantwoordelijkheid voor de drugsoorlog in Antwerpen nadrukkelijk naar de gebruiker: wie gebruikt, draagt mee schuld aan het geweld, aan de kartels en aan de chaos in de stad. Dat narratief is duidelijk, eenvoudig, en consequent. Maar het vertrekt niet vanuit zorg, nuance of inzicht in de complexiteit van verslaving. Het vertrekt vanuit orde, controle en schuld. Drugsgebruik wordt gepresenteerd als een keuze, en wie kiest, draagt de gevolgen.
Het probleem is dat dit discours niet stopt bij beleid en politieoptreden. Het sijpelt door in de publieke opinie, in media, en in hoe we praten over mensen die mogelijk gebruiken. En precies daar wringt dit artikel. Want stel nu, puur hypothetisch, dat Pommelien ooit experimenteerde met drugs. Of dat ze vrienden heeft die dat doen. Of dat ze er zelf twijfels of vragen over had. In een klimaat waarin de dominante boodschap luidt: “Wie gebruikt, draagt schuld,” wordt openheid onmogelijk. Elke publieke figuur weet dat één verkeerde zin over experimenteren met drugs kan uitmonden in een mediastorm, in veroordeling, in reputatieschade.
In dat opzicht werkt de herhaalde koppeling tussen Pommelien en De Wever averechts. Het artikel zegt niet dat ze gebruikt — zij ontkent dat duidelijk — maar het zet haar verhaal wél in een kader waar schaamte de boventoon voert. Het geeft een signaal: zelfs als het wél zo zou zijn, beter zwijgen. En precies dat mechanisme zien we bij veel jongeren en artiesten: de angst om veroordeeld te worden zorgt ervoor dat vragen niet gesteld worden, hulp niet gezocht wordt, en problemen onder de radar blijven.
Daarom is het zo schrijnend dat het artikel geen ruimte maakt voor informatie of ondersteuning. Geen enkele verwijzing naar de Druglijn, geen bron voor betrouwbare info, geen handvat voor lezers die met vragen zitten. Terwijl dit het perfecte moment was geweest om het gesprek te verleggen: weg van geruchten, weg van schuld, en richting correcte informatie en hulp.
Door telkens opnieuw De Wever’s visie te injecteren in verhalen over drugs, legitimeren media een simplistisch schuldmodel dat mensen de mond snoert. Het vergroot de kloof tussen beleid en realiteit, tussen publieke perceptie en persoonlijke struggles. En uiteindelijk doet dat niet alleen de Pommelien Thijssen van deze wereld tekort, maar ook al die jongeren, artiesten en families die worstelen met vragen, schaamte of problemen — en die nergens terechtkunnen zonder angst voor veroordeling. Dit artikel had een verschil kunnen maken. Het koos ervoor om te bevestigen wat we al kenden. En precies dát is het echte probleem.
