Waarom een afgepakte gsm het drugsgeweld niet stopt
Er zit een merkwaardige eerlijkheid in het nieuwe Brusselse drugsbeleid. Het parket zegt niet langer dat het enkel achter “de grote vissen” aanzit. Het zegt luidop wat al jaren impliciet gebeurt. Wie gebruikt, is mee verantwoordelijk. Wie koopt, houdt het systeem in stand. En wie weigert te betalen, mag zijn gsm of auto afgeven.
Dat staat niet alleen in een omzendbrief, het wordt ook expliciet verdedigd door de nationaal drugscommissaris. Het gaat om signaalpolitiek. Om beschikbaarheid bemoeilijken. Om het kraken van een verdienmodel.
Op papier klinkt dat consequent. In de praktijk is het vooral onthullend.
De idee dat je de logistieke keten kraakt door smartphones in beslag te nemen, verraadt een fundamenteel misverstand over hoe flexibel die keten is. Drugshandel is geen fragiel systeem dat instort wanneer één app verdwijnt. Het is een adaptief netwerk. Vandaag Snapchat of Telegram, morgen een andere dienst. Vandaag straatverkoop, morgen pakketpost. Discrete zendingen, afhaalpunten, tussenadressen, microleveringen. De overstap van zichtbare deal naar logistiek onzichtbare distributie is geen toekomstscenario, het is al bezig.
Wie denkt dat drugs verdwijnen omdat ze niet meer op straat gekocht worden, vergeet hoe perfect onze samenleving al gewend is aan anonieme levering. We laten dagelijks alcohol, medicijnen, vapeproducten en zware pijnstillers aan huis bezorgen zonder dat iemand dat problematiseert. Het verschil is niet de logistiek, het verschil is de legaliteit.
En daar wordt het ongemakkelijk.
Want de redenering die nu op drugs wordt toegepast, geldt perfect voor legale middelen. Alcohol is verantwoordelijk voor verkeersdoden, intrafamiliaal geweld, ziekenhuisopnames en maatschappelijke schade op enorme schaal. Toch komt niemand op het idee om smartphones in beslag te nemen omdat iemand wijn bestelt via een app. Niemand pleit ervoor om auto’s af te nemen van mensen die naar de drankhandel rijden. Niemand zegt dat de recreatieve drinker het verdienmodel van problematische alcoholconsumptie in stand houdt en daarom collectief moet worden gesanctioneerd.
We weten nochtans dat beschikbaarheid daar evenzeer een rol speelt. We weten dat prijs, toegang en normalisering consumptie beïnvloeden. Maar bij alcohol heet dat economische realiteit. Bij drugs heet het criminaliteit. Dat verschil is geen natuurwet. Het is een politieke keuze.
De onmiddellijke minnelijke schikking past perfect in dat kader. Ze is efficiënt, snel en conflictloos. Betalen en doorgaan. Geen rechtbank, geen context, geen maatschappelijk debat. Wie niet betaalt, belandt in een escalatiemodel waarin essentiële middelen worden afgenomen. Een smartphone, vandaag een basisinstrument voor werk, zorg en sociaal contact, wordt herleid tot een strafobject. Je bestraft geen handeling meer, je ontregelt een leven.
Het onderscheid tussen recreatieve gebruikers en mensen met zware psychosociale problemen klinkt empathisch, maar werkt vooral als morele afbakening. De ene groep moet voelen dat ze fout zit. De andere groep krijgt zorg, maar pas wanneer het probleem ontspoort. Preventie blijft iets abstracts, zorg iets aanvullends, justitie mag het voortouw nemen.
Wat hier ontbreekt, is consistentie. Als we echt geloven dat vraag de motor is, waarom reguleren we die vraag dan niet. Als we echt geloven dat beschikbaarheid cruciaal is, waarom blijven we dan vasthouden aan een volledig illegaal model dat elke vorm van controle uitsluit. Als we erkennen dat boetes niemand van een verslaving afhelpen, waarom maken we er dan toch het kerninstrument van.
Het antwoord zit opnieuw in dat ene woord. Signaal.
Dit beleid wil tonen dat er wordt opgetreden. Dat de overheid zichtbaar aanwezig is. Dat openlijk gebruik niet wordt getolereerd. Maar signalen veranderen geen markten. Ze verschuiven ze. Van zichtbaar naar onzichtbaar. Van straat naar pakket. Van lokaal naar diffuus.
En terwijl de logistieke keten zich moeiteloos aanpast, blijft de gebruiker achter als symbool van daadkracht. Niet omdat hij de grootste schade veroorzaakt, maar omdat hij het makkelijkst te sanctioneren is.
Dat is geen structurele aanpak. Dat is beheer van onrust. Met boetes, beslag en symboliek. En zoals zo vaak in het drugsdebat, verwarren we controle met oplossing, en zichtbaarheid met effectiviteit.
