Waarom “Dealen Met Coke” precies toont waarom België een cannabisreeks nodig heeft
Met Dealen Met Coke doet Eric Goens wat hij goed kan. Hij kiest het front, het conflict en de escalatie. Acht weken lang volgt hij de internationale cocaïnehandel, van Ecuador en Colombia tot de achterbank van Belgische politiewagens. Het is herkenbaar, urgent en visueel sterk. Sirenes, containers, nachtelijke interventies, mannen met bivakmutsen en dossiers die te groot zijn om vast te houden.
En precies daarin zit het probleem.
Niet omdat het verhaal niet klopt, maar omdat het inmiddels bijna het enige drugsverhaal is dat we nog vertellen. Cocaïne is in België het symbool geworden van drugsbeleid. Het spektakelstuk. De ultieme bedreiging. De haven van Antwerpen als vast decor, geweld als narratieve motor, repressie als logische reflex. Het publiek krijgt opnieuw bevestigd wat het al weet: dit is groot, dit is gevaarlijk, dit moet kapot.
Maar wie acht weken lang alleen naar cocaïne kijkt, leert weinig over drugs in België. Je leert vooral hoe uitzonderingen functioneren. Je leert hoe internationale netwerken werken, hoe geweld ontspoort, hoe politie achter feiten aanholt. Wat je niet leert, is hoe drugsbeleid dagelijks doorwerkt in levens van honderdduizenden mensen. Daarvoor moet je niet naar cocaïne kijken. Daarvoor moet je naar cannabis kijken.
Cannabis is het omgekeerde. Cannabis is geen decor, het is een laag die door bijna alles heen loopt. Volksgezondheid, jeugd, verkeersveiligheid, werk, geestelijke gezondheid, landbouw, fiscaliteit, rechtspraak, stigma, en een markt die al bestaat, maar zich in het donker moet organiseren. Cannabis is in België dus geen niche. Het is de meest gebruikte illegale drug in het land. Bijna een derde van de Belgische volwassenen heeft er ooit mee te maken gehad. Jaarlijks gaat het om bijna één op de tien mensen. Dat betekent dat cannabis niet aan de rand zit, maar midden in gezinnen, scholen, werkvloeren en zorg. Cocaïne mag dan luider knallen, cannabis zoemt constant op de achtergrond van de samenleving.
Internationaal zie je bovendien een breuklijn die bij cocaïne volledig ontbreekt. Cocaïne kent geen reguleringspad, geen legaal tegenverhaal, geen beleidsalternatief behalve harder optreden. Cannabis wel. Duitsland legaliseerde bezit en thuisteelt in 2024. Malta, Luxemburg, Canada en verschillende Amerikaanse staten gingen voor. Elk met andere effecten, andere fouten, andere leerpunten. Dat zijn geen exotische experimenten, dat zijn buurlanden en bondgenoten die België dwingen om positie te kiezen. Een documentaire over cannabis zou België confronteren met die realiteit. Elke Belgische kijker begrijpt immers intuïtief wat dat betekent, grensverkeer, politiewerk, handhaving, en het gevoel dat ons beleid achter de feiten aanloopt.
Een cannabisserie kan precies daar volwassen worden. Niet in slogans, maar in mechanismen. Wat gebeurt er met prijzen, met kwaliteit, met THC sterkte, met de illegale markt, met preventie, met productnormen, met reclameverboden, met toegang voor jongeren. Je kan tonen hoe regulering geen wondermiddel is, maar wel een instrumentenkist. En je kan dat doen zonder de reflex om elke scène te laten eindigen met sirenes.
Ook economisch is het verschil fundamenteel. De cannabismarkt is de grootste component van de illegale drugsretail, met een geschatte waarde van minstens 12,1 miljard euro. Geld dat vandaag volledig buiten zicht circuleert. Geen belastingen, geen kwaliteitscontrole, geen arbeidsrechten, geen transparantie. Een cannabisreeks kan tonen hoe een bestaande economie systematisch naar de schaduw wordt geduwd en welke beleidskeuzes dat in stand houden. Bij cocaïne blijft het verhaal steken bij inbeslagnames en schadebeperking. Dat is noodzakelijk, maar het is eindeloos.
Medicinaal wordt het contrast nog scherper. België erkent cannabis als geneesmiddel, maar organiseert de toegang zo beperkt dat patiënten vaak in grijze zones belanden. Enkele goedgekeurde producten, beperkte terugbetaling, veel onzekerheid voor artsen en apothekers. Dat is typisch Belgisch beleid: formeel correct, praktisch ontoereikend. Daar zit een documentaire in die veel dichter bij het dagelijks leven komt dan beelden van uithalers op een kaai.
En dan is er het stigma. Cocaïne wordt publiek veroordeeld, maar sociaal vaak stilzwijgend getolereerd in bepaalde milieus. Cannabis wordt tegelijk genormaliseerd en gecriminaliseerd. Gebruikers zijn geen criminelen in hun eigen leven, maar wel in het strafrecht. Dat spanningsveld is geen randfenomeen, het is structureel. Een cannabisreeks kan dat tonen zonder heroïek of demonisering. Gewoon door te volgen hoe beleid botst met realiteit.
Dealen Met Coke zal ongetwijfeld beklijvend zijn. Het zal terecht tonen hoe ernstig de cocaïneproblematiek is. Maar als dit opnieuw hét drugsverhaal wordt dat België zichzelf vertelt, missen we iets cruciaals. Cocaïne laat zien waar het systeem ontspoort aan de top. Cannabis laat zien hoe het systeem dagelijks schuurt aan de basis.
Wie echt wil begrijpen hoe drugsbeleid in België werkt, kijkt niet alleen naar wat explodeert. Die kijkt naar wat voortdurend aanwezig is. Daarom is een documentairereeks over cannabis vandaag geen alternatief voor cocaïne, maar een noodzakelijke correctie op het beeld. Want als je wil begrijpen hoe drugsbeleid in België werkelijk werkt, dan start je niet bij de uitzonderingen. Dan start je bij de grootste, meest gebruikte illegale stof in het land, en bij de vraag waarom we blijven doen alsof die realiteit enkel in de marge bestaat.
“`
