Van brouwerij tot wereldmerk. Van plant tot strafblad
Leuven viert feest.
Stella Artois bestaat honderd jaar en de media staan uitgebreid stil bij de indrukwekkende geschiedenis van het bier. We lezen hoe de brouwerij de stad mee vormgaf, duizenden mensen werk bezorgde, de lokale economie deed groeien en zelfs mee aan de basis lag van de ontwikkeling van de Vaart. Voormalige werknemers vertellen met zichtbaar enthousiasme over hun carrière. Politici spreken over een uithangbord voor Leuven. Er wordt gewezen op de internationale uitstraling, het toerisme, de innovatie en zelfs de sociale rol die de brouwerij jarenlang speelde.
Dat is op zichzelf een mooi verhaal.
Niemand hoeft te ontkennen dat Stella Artois een belangrijke plaats inneemt in de geschiedenis van Leuven. Dat een bedrijf dat generaties lang werk verschaft, belastingen betaalt en internationaal succes kent, een positieve impact kan hebben op een stad, staat buiten kijf.
Maar terwijl ik deze artikels lees, kan ik één ongemakkelijke vaststelling niet naast mij neerleggen.
Dezelfde samenleving die terecht trots is op een van haar bekendste alcoholmerken, blijft cannabis nog altijd bijna uitsluitend bekijken door de bril van het strafrecht.
Dat contrast is ronduit opmerkelijk.
Alcohol wordt in deze reportages voorgesteld als cultureel erfgoed, economische motor, bron van werkgelegenheid en toeristische aantrekkingskracht. Niemand voelt zich geroepen om bij elk positief verhaal over Stella Artois onmiddellijk de duizenden overlijdens, de ziekenhuisopnames, de verkeersslachtoffers, het huiselijk geweld of de alcoholverslavingen te vermelden die jaarlijks met alcohol in verband worden gebracht. En dat is begrijpelijk. Het artikel gaat over de economische en historische betekenis van een brouwerij, niet over de gezondheidsrisico’s van alcohol.
Maar probeer hetzelfde eens te doen met cannabis.
Stel dat België morgen beslist om cannabis op een legale en streng gereguleerde manier te produceren en te verkopen. Stel dat daardoor duizenden nieuwe jobs ontstaan. Dat landbouwers een nieuw legaal gewas kunnen telen. Dat wetenschappers internationaal onderzoek verrichten naar medicinale toepassingen. Dat steden extra belastinginkomsten ontvangen. Dat toeristen speciaal naar België afzakken om een vooruitstrevend reguleringsmodel te bekijken. Dat voormalige illegale handel plaatsmaakt voor gecontroleerde productie, kwaliteitscontrole en transparantie.
Zouden de kranten dan ook schrijven over ondernemerschap, innovatie en economische groei?
Of zouden de koppen vooral gaan over drugs, criminaliteit en het verkeerde signaal?
Daar zit precies de hypocrisie.
Bij alcohol slagen we er moeiteloos in om economische, culturele en maatschappelijke voordelen te erkennen, zonder voortdurend te vervallen in morele veroordelingen. Bij cannabis lijken we daar eenvoudigweg niet toe in staat. Daar overschaduwt het strafrecht elk ander maatschappelijk debat.
Nochtans is de logica identiek.
Wanneer een populair roesmiddel legaal wordt geproduceerd, ontstaat een volledige economische keten. Er komen landbouwers, producenten, onderzoekers, transportbedrijven, kwaliteitscontroleurs, distributiecentra, winkels, belastinginkomsten en werkgelegenheid. Dat is exact wat de geschiedenis van Stella Artois illustreert. De brouwerij groeide niet alleen uit tot een wereldmerk, maar zorgde ook voor duizenden gezinnen die een inkomen hadden, voor cafés die konden bestaan en voor een stad die economisch mee profiteerde.
Waarom zou dat economische mechanisme plots niet meer gelden zodra het over cannabis gaat?
Het antwoord is eenvoudig: niet omdat de economische logica verandert, maar omdat onze politieke en maatschappelijke reflex verandert.
Wanneer alcohol geld opbrengt, spreken we over economische ontwikkeling.
Wanneer cannabis geld zou kunnen opbrengen, spreken we over drugs.
Wanneer alcoholproducenten investeren in onderzoek, heet dat innovatie.
Wanneer wetenschappers cannabis onderzoeken, lijkt het debat nog altijd eerst over moraliteit te moeten gaan.
Wanneer alcohol een stad internationaal op de kaart zet, spreken politici met trots over een uithangbord.
Wanneer cannabis buitenlandse bezoekers aantrekt, spreken we plots over drugstoerisme alsof dat op zich al een argument is om elk debat stop te zetten.
Het merkwaardige is dat dezelfde overheid die vandaag met recht trots verwijst naar honderd jaar Stella Artois, nog altijd enorme middelen inzet om volwassenen te vervolgen die cannabis gebruiken of een beperkte hoeveelheid bezitten. Diezelfde overheid laat mensen een strafblad oplopen, huiszoekingen ondergaan, hun rijbewijs verliezen of zich jarenlang verantwoorden voor feiten die in steeds meer landen eenvoudigweg gereguleerd worden.
Een gereguleerde markt laat kwaliteitscontrole toe. Ze maakt leeftijdscontroles mogelijk. Ze creëert belastinginkomsten die kunnen worden geïnvesteerd in preventie en hulpverlening. Ze haalt consumenten weg uit het illegale circuit en ontneemt criminele organisaties een belangrijk deel van hun inkomsten.
