“Als je geen cannabis kan kopen op het festival, is het niet legaal.”
Soms zegt één enkele zin meer over een beleid dan een volledig rapport.
In een uitgebreid VRT NWS-artikel over drugs op festivals probeert nationaal drugscommissaris Ine Van Wymersch uit te leggen waarom buitenlandse bezoekers de Belgische cannabiswetgeving vaak verkeerd inschatten. “Wie via Amsterdam naar Tomorrowland reist, ziet dat dikwijls als één gebied met dezelfde regels. We moeten festivalgangers informeren, maar als je geen cannabis kan kopen op het festival, is het niet legaal.”
Die uitspraak bleef bij mij hangen. Niet omdat ze feitelijk onjuist is. Natuurlijk moet iemand die naar België afzakt weten welke regels hier gelden. Dat spreekt voor zich. Maar juist omdat de uitspraak zo vanzelfsprekend klinkt, valt ze des te meer op. Want wie even stilstaat bij wat hier eigenlijk wordt gezegd, merkt dat ze vooral blootlegt hoe moeilijk het Belgische cannabisbeleid nog uit te leggen valt.
Van Wymersch zegt dat festivalgangers geïnformeerd moeten worden. Dat klopt. Alleen is de vraag wát we hen precies vertellen. Vertellen we waarom cannabis verboden is? Leggen we uit welke objectieve argumenten dat verbod vandaag nog dragen? Of beperken we ons tot de mededeling dat het verboden is omdat het verboden is?
Dat laatste lijkt steeds vaker het geval.
De redenering van de nationaal drugscommissaris is immers opmerkelijk circulair. “Als je geen cannabis kan kopen op het festival, is het niet legaal.” De legaliteit wordt hier niet uitgelegd, maar simpelweg vastgesteld. Het verbod wordt niet gemotiveerd, alleen herhaald.
Stel dat een minister over alcohol zou zeggen: “Je mag alcohol drinken, want je kunt het op het festival kopen.” Iedereen zou onmiddellijk aanvoelen dat zo’n uitleg nergens op slaat. Alcohol is niet legaal omdat Tomorrowland pinten verkoopt. Tomorrowland verkoopt alcohol omdat alcohol legaal is binnen een wettelijk kader dat democratisch werd opgebouwd, maatschappelijk werd afgewogen en voortdurend wordt geëvalueerd.
Hetzelfde geldt voor verkeersregels. Niemand legt een parkeerverbod uit door te zeggen dat je daar niet mag parkeren omdat er geen parkeerautomaat staat. Niemand verdedigt een maximumsnelheid met de redenering dat er toevallig een verkeersbord staat. We verwachten van wetgeving dat ze inhoudelijk verdedigbaar is. Dat er een logica achter zit. Dat de overheid kan uitleggen waarom een bepaalde keuze gemaakt wordt.
Precies die uitleg ontbreekt steeds vaker wanneer het over cannabis gaat.
De uitspraak van Van Wymersch vertrekt bovendien vanuit de veronderstelling dat buitenlandse bezoekers “verward” zijn. Maar misschien kijken we naar het verkeerde probleem. Misschien zijn die bezoekers helemaal niet verward. Misschien zijn ze gewoon verbaasd.
Verbaasd omdat ze in enkele uren tijd verschillende juridische werelden doorkruisen.
Ze vertrekken uit Canada, waar cannabis volledig gereguleerd is. Ze reizen via Nederland, waar coffeeshops al decennialang deel uitmaken van het straatbeeld. Ze passeren Duitsland, waar volwassenen sinds vorig jaar onder bepaalde voorwaarden cannabis mogen bezitten en telen. Sommigen komen uit Luxemburg of Malta, waar eveneens een fundamenteel andere beleidskeuze werd gemaakt. Vervolgens steken ze de Belgische grens over, waar hetzelfde product opnieuw aanleiding kan geven tot een onmiddellijke minnelijke schikking, een strafdossier of verdere gerechtelijke gevolgen.
Is het dan werkelijk zo vreemd dat bezoekers vragen stellen?
Misschien is de verwarring niet het gevolg van gebrekkige informatie, maar van een wereld die sneller verandert dan het Belgische beleid.
Dat maakt de uitspraak des te opvallender. Want de boodschap luidt niet: “Dit is waarom België bewust voor deze aanpak kiest.” Ze luidt: “Hier mag het niet.”
Dat is een wezenlijk verschil.
Een overheid die overtuigd is van haar beleid legt uit waarom dat beleid bestaat. Ze verwijst naar doelstellingen, wetenschappelijke inzichten, proportionaliteit en maatschappelijke afwegingen. Ze gaat het debat aan. Een overheid die zich beperkt tot de mededeling dat iets verboden is, vraagt uiteindelijk vooral om gehoorzaamheid.
Nochtans toont hetzelfde VRT-artikel hoe genuanceerd het debat eigenlijk is. Experts spreken over samenwerking tussen politiediensten, gezondheidszorg en organisatoren. Ze benadrukken het belang van preventie, correcte informatie, risicoanalyse, nazorg en schadebeperking. Zelfs de titel van het artikel erkent dat geen enkele maatregel de heilige graal is.
Alleen zodra het over cannabis zelf gaat, verdwijnt die nuance opvallend snel. Dan blijft uiteindelijk nog slechts één boodschap overeind: het is verboden omdat het verboden is.
