CannabisKenners

De podcast die pleit voor een Belgisch cannabisbeleid

Toggle navigation
  • Home
  • Podcast
  • Blog
  • Citaten
  • Interviews
  • Contact
  • Search

Vrijheid voor zwemmers, wantrouwen voor cannabisgebruikers

Spread the love

Vrijheid voor zwemmers, wantrouwen voor cannabisgebruikers

Soms lees je een politieke tekst waarvan je denkt: hier staat eigenlijk precies in waarom een heel ander beleid dringend herbekeken moet worden.

Dat overkwam me toen ik de reactie van Vlaams minister-president Matthias Diependaele las op de hervorming rond openwaterzwemmen. Op het eerste gezicht gaat zijn boodschap over rivieren, meren en kanalen. Maar eigenlijk gaat ze, zoals hij zelf schrijft, “over veel meer dan zwemmen alleen”. Ze gaat “over hoe wij als samenleving omgaan met vrijheid, verantwoordelijkheid en risico.” En precies daarom is zijn tekst zo interessant. Want wie zijn redenering consequent doortrekt, botst onvermijdelijk op de fundamentele tegenstrijdigheid van het Belgische cannabisbeleid.

Diependaele legt uit dat Vlaanderen bewust een andere keuze maakt dan vroeger.

“Jarenlang gold het principe: zwemmen mag enkel waar het uitdrukkelijk is toegelaten. Met deze hervorming draaien we dat om: zwemmen mag overal, tenzij het verboden is.”

Dat lijkt misschien een technische aanpassing van de regelgeving, maar in werkelijkheid is het een heel andere visie op de relatie tussen overheid en burger. De overheid vertrekt niet langer vanuit het verbod. Ze vertrekt vanuit vertrouwen. Vrijheid wordt de regel en beperkingen worden de uitzondering. Alleen waar daar goede redenen voor bestaan, grijpt de overheid in.

Opmerkelijk genoeg is dat exact de filosofie waar voorstanders van een gereguleerd cannabisbeleid al jarenlang voor pleiten. Niet omdat cannabis onschadelijk zou zijn, maar omdat een overheid die haar burgers vertrouwt niet automatisch hoeft te vertrekken vanuit een strafrechtelijk verbod. Toch gebeurt in België nog altijd precies het tegenovergestelde. Cannabis is verboden, tenzij de overheid beslist om uitzonderlijk niet op te treden. Waar openwaterzwemmen evolueert van “verboden tenzij toegestaan” naar “toegestaan tenzij verboden”, blijft cannabis gevangen in een logica waarin wantrouwen het uitgangspunt is.

Nog opvallender wordt het wanneer Diependaele het over risico’s heeft. Hij doet geen enkele poging om de gevaren van open water te minimaliseren. Integendeel. Hij schrijft:

“Open water is geen zwembad. Stromingen, temperatuurverschillen en onverwachte gevaren vragen voorzichtigheid en gezond verstand.”

Dat is een nuchtere vaststelling. Iedereen begrijpt dat open water gevaarlijk kan zijn. Mensen kunnen onderkoeld raken, meegesleurd worden door stromingen of verdrinken. Elk jaar gebeuren er ernstige ongevallen. Niemand ontkent dat.

Maar vervolgens schrijft hij iets dat veel verder reikt dan zwemmen alleen:

“De echte vraag is daarom niet óf er risico’s zijn. Die zijn er. De vraag is hoe we daarmee omgaan.”

Dat is misschien wel de belangrijkste zin uit zijn hele betoog.

Want precies die vraag stellen voorstanders van cannabisregulering al decennialang. Natuurlijk zijn er risico’s verbonden aan cannabis. Net zoals er risico’s verbonden zijn aan alcohol, tabak, autorijden, motorrijden, skiën, bergbeklimmen, diepzeeduiken of openwaterzwemmen. De vraag is dus niet of risico’s bestaan. De vraag is hoe een samenleving daarmee omgaat. Kies je ervoor om burgers zo goed mogelijk te informeren, duidelijke grenzen te stellen en risico’s beheersbaar te maken? Of kies je ervoor om het product simpelweg te verbieden en te hopen dat het probleem daarmee verdwijnt?

Een merkwaardige dubbele standaard

Op dat punt ontstaat een merkwaardige dubbele standaard.

Wie een motor koopt die meer dan 250 kilometer per uur kan rijden, hoeft niemand ervan te overtuigen dat hij dat risico aankan. Wie elk weekend gaat rotsklimmen, een parachutesprong boekt of een berg beklimt, krijgt geen strafblad omdat die activiteit gevaarlijk is. Wie een fles whisky koopt waarvan overmatig gebruik jaarlijks duizenden mensen ziek maakt of doodt, hoeft daar geen uitleg over af te leggen. Zelfs bij openwaterzwemmen zegt de Vlaamse regering nu expliciet dat het uitgangspunt vertrouwen moet zijn. Mensen moeten zelf leren inschatten wanneer het veilig is om het water in te gaan en wanneer niet.

Maar zodra het over cannabis gaat, lijkt plots een totaal andere logica te gelden. Daar vertrekt de overheid niet vanuit vertrouwen, maar vanuit de veronderstelling dat volwassenen die verantwoordelijkheid blijkbaar niet aankunnen. Alsof precies dezelfde burger die verstandig genoeg wordt geacht om een motorfiets te besturen, sterke drank te drinken, te gaan duiken of in een rivier te zwemmen, plots niet meer in staat zou zijn om een weloverwogen keuze te maken zodra cannabis ter sprake komt.

Diependaele stelt vervolgens een vraag die misschien onbedoeld bijzonder pijnlijk is voor het Belgische drugsbeleid:

“Moet de overheid zoveel mogelijk risico’s proberen uit te sluiten?”

Zijn antwoord is helder.

“Een samenleving wordt niet weerbaar door elk risico vooraf uit te sluiten. Integendeel. Weerbaarheid ontstaat wanneer mensen risico’s leren inschatten, afwegingen maken en verantwoordelijkheid opnemen voor hun keuzes.”

Opnieuw is het moeilijk om die woorden niet naast cannabis te leggen.

Want wat doet België vandaag? We proberen risico’s niet te beheersen, maar te verbieden. We blijven vasthouden aan een strafrechtelijke aanpak die vertrekt vanuit het idee dat cannabisgebruik in de eerste plaats voorkomen moet worden. Alsof een verbod ervoor zorgt dat cannabis verdwijnt. Alsof miljoenen Europeanen daardoor plots beslissen om niet meer te gebruiken. Alsof een illegale markt zich iets aantrekt van wetboeken.

De werkelijkheid ziet er natuurlijk anders uit.

Cannabis is overal beschikbaar. Alleen wordt de volledige markt overgelaten aan criminelen. Er zijn geen leeftijdscontroles. Er is geen kwaliteitscontrole. Niemand controleert het THC-gehalte. Niemand weet of een product vervuild is met pesticiden, synthetische cannabinoïden of andere schadelijke stoffen. Er zijn geen verplichte waarschuwingen, geen etiketten, geen belastinginkomsten en geen enkele vorm van consumentenbescherming.

Stel je eens voor dat Vlaanderen dezelfde logica zou toepassen op openwaterzwemmen. Omdat open water risico’s inhoudt, verbieden we het overal. Mensen die toch willen zwemmen, moeten dat dan maar stiekem doen, bij voorkeur op verlaten plaatsen waar niemand toezicht houdt, waar geen waarschuwingsborden staan en waar hulpdiensten hen minder snel kunnen bereiken. We zouden terecht zeggen dat zo’n beleid absurd is, omdat het de risico’s niet vermindert maar net vergroot.

Toch is dat exact wat we vandaag met cannabis doen.

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Ook de manier waarop we over verantwoordelijkheid spreken, verschilt opvallend. Bij alcohol luidt de boodschap: drink met mate, stap niet achter het stuur en schenk geen alcohol aan minderjarigen. Bij openwaterzwemmen zeggen we: kijk uit voor stromingen, let op de watertemperatuur, zwem niet alleen en gebruik je gezond verstand. Bij autorijden leggen we verkeersregels op, maar we verbieden auto’s niet omdat er jaarlijks duizenden verkeersslachtoffers vallen. Bij bergbeklimmen informeren we mensen over lawinegevaar, zonder bergen af te sluiten. Vrijheid en verantwoordelijkheid gaan hand in hand.

Alleen bij cannabis lijkt verantwoordelijkheid plots onmogelijk te worden zolang vrijheid ontbreekt. Terwijl verantwoordelijkheid net veronderstelt dat mensen keuzes kunnen maken. Wie geen keuze heeft, kan ook geen verantwoordelijkheid opnemen.

Dat brengt ons bij misschien wel de sterkste passage uit Diependaeles tekst. Hij vraagt zich af:

“Vertrouwen we burgers voldoende om zelf verantwoordelijkheid te nemen? Of vertrekken we steeds vaker vanuit het idee dat elke mogelijke fout vooraf door de overheid moet worden voorkomen?”

Het is een uitstekende vraag.

Maar ze verdient ook een eerlijk antwoord.

Blijkbaar vertrouwen we burgers voldoende om te beslissen of een rivier veilig genoeg is om in te zwemmen. We vertrouwen hen om alcohol te drinken, zware motoren te besturen, gevaarlijke sporten te beoefenen en allerlei andere risico’s af te wegen. Maar zodra dezelfde burger ervoor kiest om cannabis te gebruiken, verdwijnt dat vertrouwen als sneeuw voor de zon. Dan wordt plots verondersteld dat alleen een strafrechtelijk verbod hem tegen zichzelf kan beschermen.

Dat is geen consequente visie op vrijheid.

Dat is een dubbele standaard.

Diependaele sluit zijn tekst af met de woorden:

“Vrijheid vraagt verantwoordelijkheid. Maar verantwoordelijkheid kan alleen bestaan als mensen ook de vrijheid krijgen om keuzes te maken.”

Ik ben het daar volledig mee eens.

Alleen zou ik daar graag nog één zin aan toevoegen.

Principes zijn pas echt principes wanneer ze ook blijven gelden zodra het onderwerp politiek gevoelig wordt.


Posted On juli 26, 2026

Posted By Daan

Posted In Blog

Share


Prev

“Als je geen cannabis kan kopen op het festival, is het niet legaal.”

Next

Over cupmaten en opslagcapaciteit

Scroll to the top
Archieven
  • augustus 2026
  • juli 2026
  • juni 2026
  • mei 2026
  • april 2026
  • maart 2026
  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • oktober 2025
  • september 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • april 2025
  • februari 2025
  • december 2024
  • mei 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • mei 2023
  • maart 2023
  • januari 2023
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
Categorieën
  • Artikels
  • Blog
  • Podcast
  • Uncategorized
Meta
  • Login
  • Vermeldingen feed
  • Reacties feed
  • WordPress.org